NJB 2023/1244
Ongewenstverklaring EU-burger omdat diens ‘gedrag een actuele, werkelijke en voldoende ernstige bedreiging voor een fundamenteel belang van de samenleving’ vormt, art. 27 Verblijfsrichtlijn 2004/38/EU: in casu kon het hof aannemen dat daarvan sprake was mede gelet op (i) een veroordeling voor rijden onder invloed van drugs en (ii) een veroordeling voor bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht.
HR 09-05-2023, ECLI:NL:HR:2023:687
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
9 mei 2023
- Magistraten
Mrs. J. de Hullu, Y. Buruma, J.C.A.M. Claassens
- Zaaknummer
21/04429
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Strafrecht algemeen (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2023:687, Uitspraak, Hoge Raad, 09‑05‑2023
ECLI:NL:PHR:2023:168, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 14‑03‑2023
- Wetingang
(art. 27 Verblijfsrichtlijn 2004/38/EU)
Essentie
Ongewenstverklaring EU-burger omdat diens ‘gedrag een actuele, werkelijke en voldoende ernstige bedreiging voor een fundamenteel belang van de samenleving’ vormt, art. 27 Verblijfsrichtlijn 2004/38/EU: in casu kon het hof aannemen dat daarvan sprake was mede gelet op (i) een veroordeling voor rijden onder invloed van drugs en (ii) een veroordeling voor bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht.
Uitspraak
Inleiding
Verdachte is veroordeeld omdat hij – kort gezegd – ‘als vreemdeling heeft verbleven, terwijl hij wist dat hij op grond van een wettelijk voorschrift, te weten artikel 67 van de Vreemdelingenwet 2000, tot ongewenst vreemdeling was verklaard.’ ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.