NJ 2020/179
Spoorwegvervoer. Rechten en verplichtingen van reizigers. Vervoerovereenkomst. Begrip. Reiziger die geen vervoerbewijs heeft wanneer hij in de trein stapt. Oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten. Algemene vervoervoorwaarden van een spoorwegonderneming. Dwingende wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen. Boetebeding. Bevoegdheden van de nationale rechter.
HvJ EU 07-11-2019, ECLI:EU:C:2019:936 (Kanyeba)
- Instantie
Hof van Justitie van de Europese Unie
- Datum
7 november 2019
- Magistraten
E. Regan, I. Jarukaitis, E. Juhász, M. Ilešič, C. Lycourgos
- Zaaknummer
C-349/18
- Conclusie
A-G G. Pitruzzella
- Noot
Red. Aant.
- Roepnaam
Kanyeba
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS200508:1
- Vakgebied(en)
Vervoersrecht / Personenvervoer algemeen
Verbintenissenrecht / Europees verbintenissenrecht
- Brondocumenten
ECLI:EU:C:2019:936, Uitspraak, Hof van Justitie van de Europese Unie, 07‑11‑2019
ECLI:EU:C:2019:478, Conclusie, Hof van Justitie van de Europese Unie (Advocaat-Generaal), 11‑06‑2019
- Wetingang
Essentie
Verzoeken om een prejudiciële beslissing ingediend door het vredegerecht te Antwerpen (België) bij beslissingen van 25 mei 2018.
Spoorwegvervoer. Rechten en verplichtingen van reizigers. Vervoerovereenkomst. Begrip. Reiziger die geen vervoerbewijs heeft wanneer hij in de trein stapt. Oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten. Algemene vervoervoorwaarden van een spoorwegonderneming. Dwingende wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen. Boetebeding. Bevoegdheden van de nationale rechter.
Samenvatting
- 1)
Artikel 3, punt 8, van Verordening (EG) nr. 1371/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2007 betreffende de rechten en verplichtingen van reizigers in het treinverkeer moet aldus worden uitgelegd dat onder het begrip ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.