Aandeelhoudersverantwoordelijkheid
Einde inhoudsopgave
Aandeelhoudersverantwoordelijkheid (VDHI nr. 129) 2015/3.8.1:3.8.1 Enquêtebevoegdheid
Aandeelhoudersverantwoordelijkheid (VDHI nr. 129) 2015/3.8.1
3.8.1 Enquêtebevoegdheid
Documentgegevens:
Mr. B. Kemp, datum 21-07-2015
- Datum
21-07-2015
- Auteur
Mr. B. Kemp
- JCDI
JCDI:ADS296523:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Corporate governance
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Daarnaast worden in de jurisprudentie wel meer belanghebbenden bevoegd geacht een enquêteverzoek te doen (zie hierover hoofdstuk 7, voetnoot 116).
De Ondernemingsraad werd niet beschouwd als een geschikt college om de enquêtebevoegdheid toe te kennen. Zie in dit verband: Geerts 2004 (Groene Serie Rechtspersonen), Art. 347, Aant. 1.
Artikel 2:345 t/m 347 BW.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Allereerst de enquêtebevoegdheid. Dit recht komt – kort gezegd en onder bepaalde omstandigheden – wettelijk1 onder meer toe aan aandeelhouders, certificaathouders, een vereniging van werknemers (namens de werknemers)2, de rechtspersoon, degene aan wie daartoe bij statuten of bij overeenkomst met de rechtspersoon de bevoegdheid is toegekend, de advocaat-generaal van het Hof te Amsterdam (in verband met de openbare orde) en, in geval van faillissement, de curator (namens de gezamenlijke schuldeisers).3 Betoogd zou kunnen worden dat de voornoemde enquêtegerechtigden als de belanghebbenden van de vennootschap kunnen worden aangemerkt. Aan hen is immers de bevoegdheid toegekend om een onderzoek te verzoeken naar vermeend wanbeleid binnen de vennootschap.