Einde inhoudsopgave
De bezoldiging van bestuurders van beursgenoteerde vennootschappen (IVOR nr. 113) 2018/7
7 De beursgenoteerde naamloze vennootschap
mr. E.C.H.J. Lokin, datum 01-04-2018
- Datum
01-04-2018
- Auteur
mr. E.C.H.J. Lokin
- JCDI
JCDI:ADS371375:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Corporate governance
Voetnoten
Voetnoten
Voorbeelden zijn de Wet van 28 januari 2015 tot wijziging van de Wet op het financieel toezicht houdende regels met betrekking tot het beloningsbeleid van financiële ondernemingen (Wet beloningsbeleid financiële ondernemingen), de Regeling van De Nederlandsche Bank N.V. van 28 november 2017 houdende regels met betrekking tot het beheerst beloningsbeleid van banken, beleggingsondernemingen en premiepensioeninstellingen (Regeling beheerst beloningsbeleid Wft 2017), de Capital Requirements Directives (CRD IV) en de Code Banken.
Bijvoorbeeld de al eerder aangehaalde Wet van 15 november 2012, houdende regels inzake de normering van bezoldigingen van topfunctionarissen in de publieke en semipublieke sector (Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector) die sinds 2016 verder is aangescherpt.
Het onderhavige onderzoek richt zich om een aantal redenen uitsluitend op beursgenoteerde naamloze vennootschappen. Ten eerste omdat de theorievorming die heeft geleid tot de functieverbreding van bezoldiging zich in het bijzonder richt op de problematiek die speelt bij de beursgenoteerde vennootschap. Juist bij deze vennootschappen, waarin de bestuurder veelal een verwaarloosbaar aandeel houdt en het aandeelhoudersbestand wijdverspreid is, doen zich vragen voor over het monitoren, disciplineren en motiveren van de bestuurder. Daarnaast zorgt de omvang en invloed van deze vennootschappen in de samenleving ervoor dat in de maatschappelijke discussie over de bezoldiging van bestuurders de aandacht primair gericht is op de bezoldiging van de top van deze vennootschappen.
Vanwege deze discussie – en dat is een derde reden – hebben voornoemde initiatieven op het gebied van wet- en regelgeving zich in het bijzonder ontwikkeld rondom de beursvennootschap. De Corporate Governance Code, waarin de principes en bepalingen over de bezoldiging van bestuurders een prominente plaats innemen, richt zich op de governance van beursgenoteerde vennootschappen. Ook de bezoldigingsbepalingen die sinds 2002 in Boek 2 Burgerlijk Wetboek zijn ingevoerd zien voornamelijk op de naamloze vennootschap met een notering aan de beurs.
De beursgenoteerde naamloze vennootschappen spelen een rol in diverse sectoren. De financiële sector staat de laatste jaren in het bijzonder in de schijnwerpers. Het uitbreken van de financiële crisis heeft aanleiding gegeven tot het ontwikkelen van bezoldigingsregelgeving die specifiek betrekking heeft op de financiële sector, naast de hiervoor aangeduide vennootschapsrechtelijke regels over de bezoldiging van bestuurders die voor alle beursgenoteerde vennootschappen gelden.1 Dergelijke sectorspecifieke bezoldigingsregelgeving zal in dit onderzoek op de achtergrond blijven en slechts zijdelings worden aangehaald. Hetzelfde geldt voor de publieke en semipublieke sector waarvoor sinds de laatste crisis eveneens beloningswetgeving in het leven is geroepen.2 Deze regels blijven in het onderhavige onderzoek buiten beschouwing.