Prg. 2016/274
Ook al is de franchiseovereenkomst met Simon Lévelt rechtsgeldig beeindigd, wegens tegenvallende resultaten van franchisenemer, heeft een vordering in kort geding tot het continueren van de franchiserelatie geen kans van slagen, omdat zo’n vordering valt buiten het kader van een voorlopige voorzieningsprocedure.
Rb. Noord-Holland 20-09-2016, ECLI:NL:RBNHO:2016:7954
- Instantie
Rechtbank Noord-Holland
- Datum
20 september 2016
- Magistraten
Mr. D.P. Ruitinga
- Zaaknummer
C/15/247737 / KG ZA 16-647
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Algemeen
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
- Brondocumenten
ECLI:NL:RBNHO:2016:7954, Uitspraak, Rechtbank Noord-Holland, 20‑09‑2016
- Wetingang
Art. 254 lid 1, 256 Rv
Essentie
Overeenkomstenrecht. Heeft Simon Lévelt, franchisenemer, recht op voortzetting franchiseovereenkomst, nadat de oude overeenkomst wegens tegenvallende resultaten is beëindigd?
Neen, sprake is van een definitieve rechtstoestand, hetgeen buiten het kader valt van een voorlopige voorzieningsprocedure. Tegenvordering toewijsbaar, omdat ex-franchisenemer zich moet houden aan postcontractuele bepalingen.
Samenvatting
De tegenvallende omzet van franchisenemer van Simon Lévelt heeft ertoe geleid dat partijen maatregelen hebben genomen om de omzet te verbeteren. De maatregelen hebben niet tot het gewenste resultaat geleid. Op 5 augustus 2016 heeft Simon Lévelt aangegeven de samenwerking met franchisenemer niet te continueren en is afgesproken dat franchisenemer haar schuldenpositie aan ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.