Einde inhoudsopgave
Betrouwbaar getuigenbewijs 2014/6.3.1.1
6.3.1.1 Accuratesse
Mr. Dr. M.J. Dubelaar, datum 01-12-2013
- Datum
01-12-2013
- Auteur
Mr. Dr. M.J. Dubelaar
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
Strafprocesrecht / Voorfase
Voetnoten
Voetnoten
Merckelbach e.a. 2003, p. 215.
Vandaar dat het begrip accuratesse soms in de literatuur ook wel wordt gebruikt als synoniem voor betrouwbaarheid.
Gekeken moet worden of het een consistente bewering betreft en onder welke omstandigheden deze informatie naar voren is gebracht (open vraag, gesloten vraag, etc.).
Fisher, Brewer & Mitchel 2009, p. 131.
Bij deze vraag wordt in § 12.4.1 nader stilgestaan.
Overigens hoeft een inaccuraat detail niet noodzakelijkerwijs een contradictie of reminiscentie te zijn. Het kan immers ook een vanaf het eerste moment een consistent verkeerd gerapporteerd detail betreffen.
Onder accuratesse wordt begrepen de mate waarin de inhoud van de verklaring strookt met de werkelijkheid.1 Inaccurate weergaven kunnen ontstaan omdat de getuige bewust niet de waarheid vertelt of omdat de getuige gegevens ten onrechte voor waar houdt (zogenaamde commissiefouten). De accuratesse van de verklaring is hetgeen waarin juristen primair zijn geïnteresseerd.2 Immers, alleen beweringen waarvan op goede gronden kan worden aangenomen dat zij overeenkomen met de werkelijkheid, zijn bruikbaar voor de bewijsbeslissing. Het probleem is dat de toets of de beweringen ook daadwerkelijk accuraat zijn, in de praktijk alleen kan geschieden aan de hand van andere, objectief vastgelegde feiten of algemeen gedeelde kennis. Dit ligt vanzelfsprekend anders in een experimentele onderzoekssetting, waarin de ‘ground truth’ wel bekend is en in voorkomend onderzoek eenvoudigweg geteld kan worden hoeveel elementen door een getuige correct zijn gerapporteerd.
De resultaten van experimenteel onderzoek geven meer inzicht in de relatie tussen accuratesse van individuele beweringen en de accuratesse van de verklaring als geheel (wat in sommige Engelstalige publicaties ook wel wordt aangeduid als overall accuracy). In de juridische context hoeft alleen de bewering die voor het bewijs wordt gebruikt, accuraat te zijn. Echter, als er geen direct ander bewijsmateriaal voorhanden is waaruit de juistheid van de bewering blijkt, kan naar de algehele accuratesse van de verklaring worden gekeken en de mate waarin voor de overige beweringen van de getuige steun bestaat. De constatering dat veel van de verschafte informatie blijkt te kloppen, zou een argument kunnen zijn om ook (meer) geloof te hechten aan de overige beweringen. In hoeverre dat geloof in een concreet geval daadwerkelijk gerechtvaardigd is, is echter ook afhankelijk van andere factoren.3 De vraag is wat de consequentie is voor de geloofwaardigheid van de verklaring als daarin beweringen worden aangetroffen waarvan kan worden vastgesteld dat deze niet kloppen. Fisher en collega’s stellen dat een incorrecte herinnering van een paar geïsoleerde delen van een misdrijf geen voorspeller is voor de accuratesse van de verklaring in zijn geheel.4 Met andere woorden, het aantreffen van inaccurate beweringen in een getuigenis hoeft niet te betekenen dat de rest van de verklaring niet klopt en als ongeloofwaardig moet worden afgedaan. Echter, op het moment dat een verklaring veel aantoonbaar nietaccurate beweringen bevat aan centrale delen van het misdrijf is dat vanzelfsprekend wel aanleiding om te twijfelen aan de waarheidsgetrouwheid van de verklaring en is de vraag of de verklaring nog bruikbaar is voor het bewijs.5
Geconcludeerd moet worden dat het erg lastig is om aan de hand van de (on)juistheid van specifieke onderdelen iets te zeggen over het geheel. Om die reden is accuratesse slechts één van de dimensies waaraan de kwaliteit van een verklaring wordt afgemeten. Een verklaring kan in grote lijnen accuraat zijn, maar op een wezenlijk onderdeel toch niet kloppen. Andersom hoeft het feit dat een verklaring op een onderdeel aantoonbaar niet juist is, niet te betekenen dat de verklaring in rechte in zijn geheel onbruikbaar is geworden. Juist omdat aanvullend bewijsmateriaal niet altijd voorhanden is, is het van belang om ook naar de andere dimensies te kijken. De relatie tussen accuratesse en consistentie respectievelijk volledigheid komt in de volgende paragrafen aan bod.6