De geschillenregeling ten gronde
Einde inhoudsopgave
De geschillenregeling ten gronde (VDHI nr. 108) 2011/VII.2.5:VII.2.5 Bevindingen
De geschillenregeling ten gronde (VDHI nr. 108) 2011/VII.2.5
VII.2.5 Bevindingen
Documentgegevens:
prof.mr. C.D.J. Bulten, datum 28-04-2011
- Datum
28-04-2011
- Auteur
prof.mr. C.D.J. Bulten
- JCDI
JCDI:ADS379800:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De eigen regeling voor de oplossing van geschillen tussen aandeelhouders krijgt in art. 2:337 BW een pregnante plek. Het wetsartikel is onduidelijk en niet goed geformuleerd. Mijns inziens is met de eigen regeling alleen gedoeld op een regeling die uiteindelijk leidt tot de overdracht en de overname van de aandelen. In de literatuur is vooral veel kritiek op de wettekst, met name op de woorden 'kan niet worden toegepast'. Mede door de onzorgvuldige redactie werd aan het nut van de bepaling getwijfeld. Ik deel de kritiek en acht verduidelijking nodig, maar schrapping van art. 2:337 BW is volgens mij niet gewenst. De wettelijke geschillen-regeling behoort subsidiair te blijven. Het is goed dat partijen op de mogelijkheid van een eigen regeling worden gewezen.
Met een eigen regeling kan op velerlei manieren van de wettelijke regeling worden afgeweken. De geschillenregeling kan totaal terzijde worden geschoven, bijvoorbeeld door een overeenkomst van arbitrage. Daarnaast zijn afwijkingen van materiële en formele aard mogelijk. Partijen kunnen een eigen waarderingsregeling afspreken, of het geschil voorleggen aan één feitelijke instantie. Indien een overnameverplichting in de statuten staat, dan is de tegenstemmende aandeelhouder hieraan niet gebonden.
Het criterium voor de arbitrabiliteit in art. 1020 lid 3 Rv staat aan arbitrage bij geschillen tussen aandeelhouders niet in de weg. De blokkeringsregeling is volgens mij wel een dwingendwettelijke belemmering voor de in arbitrage bevolen overdracht. Hier moeten de aandeelhouders dus rekening mee houden. Indien alle betrokkenen — waaronder de vennootschap — partij zijn bij de overeenkomst tot arbitrage, acht ik de overdracht op grond van een arbitraal vonnis mogelijk. Een arbitraal beding kan in een aandeelhoudersovereenkomst of in de statuten worden opgenomen. De aandeelhouder die zo'n statutaire bepaling stilzwijgend of uitdrukkelijk aanvaard, is in beginsel gebonden aan het beding. Er zijn twee mogelijkheden voor de inhoud van een arbitraal beding. De eerste optie is de wettelijke geschillen-regeling toepasbaar te verklaren. De arbiter hanteert in dat geval de criteria van art. 2:336 (uitstoting) en 2:343 (uittreding) BW voor toewijzing van het verzoek. Ook de overige bepalingen — zoals met betrekking tot de levering en de betaling van de aandelen — worden in de arbitrageprocedure gevolgd. De tweede mogelijkheid is een regeling te ontwerpen die uiteindelijk leidt tot aandelenoverdracht. De partijen kunnen delen van de wettelijke geschillenregeling in arbitrage toepassen of een totaal eigen regeling overeenkomen. De gronden voor overdracht, de prijsbepaling en de wijze van levering en betaling staan ter vrije beschikking. Zo'n arbitrageprocedure is een eigen regeling in de zin van art. 2:337BW en gaat vóór op de wettelijke geschillenregeling.