Einde inhoudsopgave
Vijandige overnames (IVOR nr. 79) 2010/2.2.2
2.2.2 De Nederlandse corporate governance code
mr. M.J. van Ginneken, datum 23-11-2010
- Datum
23-11-2010
- Auteur
mr. M.J. van Ginneken
- JCDI
JCDI:ADS621365:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Zie over de oorspronkelijke Code uit 2003 o.a. Grapperhaus (2004), Den Boogert (2004), Maatman (2004), Spanjaard (2004), Bartman (2004), Das (2004), Kersten (2004), De Monchy e.a. (2004) en het themanummer hierover van Ondernemingsrecht 2004-4.
Besluit van 23 december 2004 tot vaststelling van nadere voorschriften omtrent de inhoud van het jaarverslag (Stbl. 2004, 747).
Op een aantal ga ik later in meer detail in. Zie over de discussie of de bepalingen uit de Code rechtsnormen zijn Winter (2003b), p. 331-342, Timmerman (2003c), p. 1636 e.v. en Raaijmakers (2004), p. 67-81, Slagter (2004b), p. 976-981. Dat deze een rol spelen blijkt wel uit onder meer de Versatel- en ABN AMRO-uitspraken van de OK en de Hoge Raad (zie hierover hierna § 6.3.3 onder B respectievelijk § 2.4.2 onder C). De Code is niet uitsluitend tot bestuurders en commissarissen gericht, maar bevat ook enkele bepalingen gericht op bijvoorbeeld aandeelhouders (zie IV. De verantwoordelijkheid institutionele beleggers) en accountants (zie V.2 en V.3 over o.a. de externe en interne accountant).
Besluit van 10 december 2009 tot wijziging van het Besluit van 23 december 2004 tot vaststelling van nadere voorschriften omtrent de inhoud van het jaarverslag Stbl. 2009, 545. Zie over de Code (2008) o.a. De Monchy e.a. (2009).
Naast de bepalingen uit Boek 2 BW is de Code voor beursvennootschappen van groot belang.1 De Code, die eind 2003 is verschenen, heeft als doel bij te dragen aan het herstel van vertrouwen van het publiek in een integere en transparante gang van zaken binnen Nederlandse beursgenoteerde vennootschappen en het versterken van de onderlinge checks and balances. De Code was het Nederlandse antwoord op de turbulente ontwikkelingen begin deze eeuw, met spraakmakende schandalen in de VS (Enron, Worldcom) en in Europa (Parmalat, Ahold). In de Code zijn principes en best practice bepalingen opgenomen, onder meer over de wijze waarop het bestuur en commissarissen verantwoording afleggen aan aandeelhouders. Aan de Code ligt het principe comply or explain ten grondslag. Dat wil zeggen dat vennootschappen de bepalingen ofwel moeten toepassen, ofwel moeten uitleggen waarom de desbetreffende bepaling niet wordt toegepast. De Code is van een wettelijke basis voorzien, via art. 2:391 lid 5 BW. Dit artikel bepaalt dat bij AMvB nadere voorschriften kunnen worden gesteld aan de rapportage in het jaarverslag over de naleving van een aan te wijzen gedragscode. Bij AMvB is de Code aangewezen, waardoor beursgenoteerde vennootschappen voor het eerst over het boekjaar 2004 in hun jaarverslag een paragraaf op moesten nemen over de naleving van de Code.2 De Code bevat een groot aantal best practice bepalingen voor (het functioneren van) bestuurders en commissarissen, onder meer over de wijze waarop zij verantwoording afleggen aan aandeelhouders3 In 2005 is een Monitoring Commissie Corporate Governance ingesteld, die onder meer tot taak heeft de bruikbaarheid en de actualiteit van de Code te bevorderen. De Monitoring Commissie heeft drie rapporten (en een aantal consultatiedocumenten) uitgebracht over onder meer de naleving van de Code, waarin ook een aantal voorstellen tot aanpassing of verduidelijking zijn opgenomen. In de zomer van 2008 is aan de Monitoring Commissie gevraagd de Code waar nodig te moderniseren en aan te passen. Inmiddels is er eind 2008 een nieuwe Code verschenen, die bij AMvB nu is aangewezen als Code in de zin van art. 2:391 lid 5 BW.4 Over het boekjaar 2009 dienden beursvennootschappen dus over deze Code te rapporteren.