BNB 2026/159
Overschrijding van de redelijke termijn. Grond voor matiging van de vergoeding voor immateriële schade
HR 02-10-2026, ECLI:NL:HR:2026:1580
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
2 oktober 2026
- Magistraten
Mrs. Van Eijsden, Boerlage, Van Roij
- Zaaknummer
24/04331
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Fiscaal bestuursrecht / Algemene rechtsbeginselen en abbb
Bestuursprocesrecht / Beroep
- Brondocumenten
Beroepschrift, Hoge Raad, 02‑10‑2026
ECLI:NL:HR:2026:1580, Uitspraak, Hoge Raad, 02‑10‑2026
- Wetingang
Essentie
Overschrijding van de redelijke termijn. Grond voor matiging van de vergoeding voor immateriële schade
Samenvatting
Het Hof heeft onder meer de vergoeding voor immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn voor berechting gematigd van € 500 tot € 50 per half jaar. Het Hof heeft hieraan onder meer ten grondslag gelegd de eenvoud van de zaak, het geringe financiële belang en het ‘no cure, no pay’ karakter van de verleende bijstand.
HR: Het hiertegen gerichte middel slaagt (HR, BNB 2025/111).
De Hoge Raad doet zelf de zaak op dit punt af door bevestiging van de ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.