De meerwaarde van meervoud
Einde inhoudsopgave
De meerwaarde van meervoud (SteR nr. 48) 2019/4.4.1:4.4.1 Behandeling
De meerwaarde van meervoud (SteR nr. 48) 2019/4.4.1
4.4.1 Behandeling
Documentgegevens:
mr. drs. R. Baas, datum 24-12-2019
- Datum
24-12-2019
- Auteur
mr. drs. R. Baas
- JCDI
JCDI:ADS174152:1
- Vakgebied(en)
Staatsrecht / Rechtspraak
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het begrip behandeling in enge zin ziet vooral op de rechterlijke begeleiding van de zaak ter terechtzitting. Het gaat bijvoorbeeld om een comparitie van partijen of een getuigenverhoor. Behandeling in enge zin omvat niet de beslissing, dat wil zeggen de uitspraak die de rechter doet in de vorm van een tussen-, eind- of deeluitspraak.1 Onder behandeling in ruime zin wordt het gehele verloop van het rechtsgeding binnen één gerecht verstaan: van het moment van binnenkomst van een zaak in een gerecht tot aan de eindbeslissing. Dit traject omvat de behandeling van een zaak in enge zin, de beoordeling en de beslissing. Met behandeling wordt in dit boek behandeling in ruime zin bedoeld. Meervoudige behandeling betekent (niets anders dan) behandeling door een meervoudige kamer; enkelvoudige behandeling wijst op behandeling door een enkelvoudige kamer.2
Alle leden van de meervoudige dan wel enkelvoudige kamer mogen tijdens de zitting aan de procespartijen, advocaten en gemachtigden inlichtingen vragen over de processtukken en de mondelinge voordracht. De voorzitter van de meervoudige kamer dan wel de unusrechter in een enkelvoudige kamer is ter zitting belast met de handhaving van de orde (art. 5, eerste en tweede lid, Besluit orde van dienst gerechten). De behandeling van de zaak op de terechtzitting dient in beginsel in het openbaar te gebeuren (art. 6 EVRM jo. art. 121 Gw jo. art. 27 Rv jo. art. 8:62 Awb jo. art. 269 Sv).
Inhoudelijke behandeling van een zaak op de zitting is in beginsel verplicht. In civiele zaken kan de rechter alleen met instemming of op verlangen van partijen de mondelinge behandeling achterwege laten en uitspraak doen (art. 30j, zesde lid, Rv). Hier staat geen hoger beroep tegen open. In bestuurszaken kan een rechter een zaak alleen zonder zitting afdoen als partijen daarmee instemmen (art. 8:57 Awb). In strafzaken vindt altijd een zitting plaats (art. 258, eerste lid, Sv).