De reikwijdte van medezeggenschap
Einde inhoudsopgave
De reikwijdte van medezeggenschap (MSR nr. 63) 2014/3.7.1:3.7.1 Inleiding
De reikwijdte van medezeggenschap (MSR nr. 63) 2014/3.7.1
3.7.1 Inleiding
Documentgegevens:
Datum 01-01-2014
- Datum
01-01-2014
- JCDI
JCDI:ADS386107:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
De paragrafen hierna zijn in grote mate een bewerking van een artikel en een annotatie die ik hierover eerder schreef. I. Zaal, ‘Medezeggenschap na overgang van onderneming: behoud van eenheid is geen synoniem voor identiteitsbehoud. Hof van Justitie EG 29 juli 2010, C-151/09 (UGT-FSP), ArA 2010-3 en R.M. Beltzer, I. Zaal, ‘Medezeggenschap na overgang van onderneming’, Ondernemingsrecht 2009, 97.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Wanneer twee ondernemingen fuseren, ontstaat de vraag wat er gebeurt met de ondernemingsraden (of andere organen die de werknemers vertegenwoordigen) die aan de ondernemingen zijn verbonden. Verdwijnt bijvoorbeeld de or die verbonden is aan de verdwijnende rechtspersoon bij een juridische fusie? En wat gebeurt er als twee ondernemingen samensmelten tot één nieuwe onderneming en bij beide een or is ingesteld? De WOR bevat geen regeling voor een dergelijke situatie. Wel is er een bepaling over het behoud van medezeggenschap opgenomen in de Richtlijn 2001/23 EG inzake overgang van ondernemingen (hierna de Richtlijn). In dit hoofdstuk zal ik de regeling op basis van de richtlijn beschrijven en vervolgens toepassen op enkele (Nederlandse) casusposities.
Wanneer geen sprake is van een overgang van onderneming in de zin van art. 7:662 BW e.v. betekent dit niet dat de or van de overgedragen vennootschap automatisch verdwijnt. In dat geval zal op basis van nationaal recht worden bepaald of de or na de overname nog bestaat. Dit zal naar mijn mening het geval zijn indien na de overgang nog steeds sprake is van een zelfstandige onderneming in de zin van art. 1 lid 1 sub c WOR. De Rechtbank Leeuwarden heeft in een zaak die een overgang van onderneming betrof ook aangesloten bij art. 1 lid 1 sub c WOR. Deze zaak is niet in overeenstemming met de jurisprudentie van het Hof van Justitie, maar blijft mijns inziens wel relevant voor een overdracht van de onderneming indien de richtlijn niet van toepassing is.1