Einde inhoudsopgave
De bezoldiging van bestuurders van beursgenoteerde vennootschappen (IVOR nr. 113) 2018/8
8 Het begrip ‘bezoldiging’
mr. E.C.H.J. Lokin, datum 01-04-2018
- Datum
01-04-2018
- Auteur
mr. E.C.H.J. Lokin
- JCDI
JCDI:ADS370178:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Corporate governance
Voetnoten
Voetnoten
Zie voor een mooi overzicht Bennaars 2015, p 164 e.v.; Zie voor de verschillende definities Van Andel 1992, p. 48 e.v.; Asser/Van Solinge & Nieuwe Weme 2009; Van Slooten 2005, p. 264.
Van Andel 1992, p. 48 e.v.
Van der Heijden/Van der Grinten/Dortmond 2013, nr. 251.Volgens Dortmond komt bezoldiging hierdoor overeen met hetgeen als loon geldt indien er sprake is van een arbeidsovereenkomst, maar is het begrip bezoldiging uitgebreid tot de pensioenaanspraak en de ontslagvergoeding. Ik zou menen dat het begrip bezoldiging niet beperkt blijft tot de door Dortmond expliciet genoemde uitbreiding.
HR 6 januari 2012, NJ 2012/336 (Imeko Holding/B&D Beheer) m.nt. PvS.
Zie hierover uitgebreid Bennaars 2015, p. 164 e.v. Zie ook Meijer-Wagenaar 2006. Onder loon wordt verstaan ‘de vergoeding door de werkgever aan de werknemer verschuldigd ter zake bedongen arbeid’, zie o.a. HR 18 december 1953, NJ 1954, 242 (Zaal/Gossink); HR 12 oktober 2001, JAR 2001/217 (Bethesda/Van der Vlies). De discussie over het verschil tussen loon en bezoldiging is voor bestuurders van beursgenoteerde vennootschappen minder van belang nu deze bestuurders geen arbeidsovereenkomst hebben.
Monitoring Commissie Corporate Governance, Voorstel voor herziening: een uitnodiging voor commentaar, 11 februari 2016, p. 82.
In de literatuur is wel getracht om tot een allesomvattende definitie van bezoldiging te komen, maar van eensgezindheid is geen sprake.1 Een onderscheid is daarbij te maken tussen een arbeidsrechtelijke en vennootschapsrechtelijke visie op bezoldiging. Van Andel blijft dichtbij het arbeidsrechtelijke begrip ‘loon’ door onder bezoldiging te scharen al hetgeen een vennootschap aan een bestuurder ter beschikking stelt als tegenprestatie voor verrichte arbeid.2 Daarbij moet naast geld eveneens aan bezoldiging in natura gedacht worden. Een meer vennootschapsrechtelijke visie wordt gehanteerd door Dortmond. Hij stelt dat bezoldiging de vergoeding is die door de vennootschap aan de bestuurder ter zake van het bestuurderschap wordt betaald.3 In dit onderzoek zal bij deze vennootschapsrechtelijke definitie worden aangesloten. Reden daartoe is, dat bezoldiging sinds haar functieverbreding meer wordt gezien als een middel om de bestuurder vooraf te sturen. Daarnaast heeft bezoldiging een evolutie ondergaan waardoor zij in toenemende mate verbonden is met de functie van bestuurder in plaats van met verrichte arbeid. In dat kader speelt mee dat in de rechtspraak een strikte bevoegdhedenverdeling wordt gehanteerd waarbij het bestuurderschap van doorslaggevend belang is en niet de verrichte arbeid.4
Overigens zorgen de verschillende functies van bezoldiging, waaronder de functie om als prikkel te fungeren, ervoor dat ook de definitie van Dortmond niet geheel sluitend is. De volgende definitie is vanuit vennootschapsrechtelijk perspectief dan ook meer op zijn plaats: ‘bezoldiging is de beloning die door de vennootschap aan de bestuurder wordt uitgekeerd, toegekend of in het vooruitzicht gesteld terzake van het bestuurderschap’.
Een volgende vraag is hoe bezoldiging zich verhoudt tot andere begrippen zoals ‘loon’, ‘bonus’ en ‘beloning’. Over het algemeen wordt aangenomen dat het begrip ‘loon’ onder bezoldiging valt, maar dat bezoldiging ruimer is dan loon.5 Zo vallen bijvoorbeeld uitkeringen bij beëindiging van het dienstverband of pensioen niet onder het begrip loon, maar worden deze toekenningen in het algemeen wel onder bezoldiging geschaard.
Onder een ‘bonus’ dient op grond van art. 2:135 lid 6 BW te worden verstaan het niet vaste deel van de bezoldiging waarvan de toekenning geheel of gedeeltelijk afhankelijk is gesteld van het bereiken van bepaalde doelen of van het zich voordoen van bepaalde omstandigheden. Hierdoor heeft deze term in Boek 2 BW een breder bereik dan in de praktijk wordt gehanteerd. In de praktijk ziet een bonus namelijk alleen op de korte termijn variabele bezoldiging. In dit onderzoek geldt als uitgangspunt de bredere definitie zoals gehanteerd in art. 2:135 lid 6 BW maar wordt in bepaalde delen, zoals zal blijken uit de context, met een bonus gedoeld op alleen de korte termijn variabele bezoldiging. Voor de verhouding tussen bonus en bezoldiging is van belang dat de bonus onderdeel uitmaakt van (het variabele gedeelte van) de bezoldiging.
Een volgende vraag is of er verschil bestaat tussen een beloning en een bezoldiging. Naar mijn mening is dat binnen het vennootschapsrecht niet noodzakelijkerwijs het geval. Aanleiding daartoe is te vinden in het feit dat de monitoringcommissie onder leiding van Jaap van Manen bij de herziening van de Corporate Governance Code 2016 de term ‘bezoldiging’ juist heeft vervangen door de term ‘beloning’.6 Hierdoor ontstaat de enigszins merkwaardige situatie dat in boek 2 BW gesproken wordt over bezoldiging terwijl in de Code 2016 het woord beloning wordt gebruikt. In dit onderzoek zullen beide benamingen worden gebruikt zonder een onderscheid aan te willen geven.
Het onderzoek heeft betrekking op de bezoldiging van bestuurders van beursgenoteerde vennootschappen. De multidisciplinaire benadering van het onderwerp bezoldiging zorgt ervoor dat er enerzijds gekeken wordt vanuit de vennootschap (en de met haar verbonden onderneming) en anderzijds vanuit de onderneming. Een onderscheid tussen beide is daardoor niet in alle gevallen goed te maken. Dit heeft tot gevolg dat in dit onderzoek zal worden gesproken over enerzijds de vennootschap en anderzijds de onderneming zonder daarmee een principieel onderscheid voor ogen te hebben. Mocht een dergelijk onderscheid wel aan de orde zijn, dan blijkt dit uit de context waarin over vennootschap respectievelijk onderneming gesproken wordt.