De bezoldiging van bestuurders van beursgenoteerde vennootschappen
Einde inhoudsopgave
De bezoldiging van bestuurders van beursgenoteerde vennootschappen (IVOR nr. 113) 2018/74:74 Toename van de variabele beloning in de VS
De bezoldiging van bestuurders van beursgenoteerde vennootschappen (IVOR nr. 113) 2018/74
74 Toename van de variabele beloning in de VS
Documentgegevens:
mr. E.C.H.J. Lokin, datum 01-04-2018
- Datum
01-04-2018
- Auteur
mr. E.C.H.J. Lokin
- JCDI
JCDI:ADS369045:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Corporate governance
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie ook Murphy 2012, p. 72. Uit het onderzoek van Hall en Murphy uit 2003 komt zelfs naar voren dat de bezoldiging verviervoudigd is van $3,5 miljoen naar $14,7 miljoen, zie Hall & Murphy 2003, p. 3.
Murphy 2012, p. 72; Hall & Murphy 2003, p. 3/4.
Murphy 2012, p. 97; Hall & Murphy 2003, p. 3/4.
Murphy 2012, p. 97.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In de jaren ’80 groeit de variabele beloning in de Verenigde Staten nog gestaag, maar vanaf de jaren ’90 is er in de Verenigde Staten sprake van een explosieve groei van de variabele beloning. Tussen 1992 en 2001 is de gemiddelde jaarlijkse bezoldiging van een CEO (aangepast voor inflatie) van een onderneming met een beursnotering aan de S&P 500 meer dan verdrievoudigd van $2,9 miljoen naar $9,3 miljoen.1 Het leeuwendeel van de stijging van de bezoldiging van bestuurders komt voort uit toegekende opties die tijdens de langdurige bull-market van de jaren ’90 voor een steeds hogere variabele beloning zorgen. Hoewel het vaste salaris nagenoeg gelijk blijft in de periode 1992-2001 (ongeveer rond de $1 miljoen) stijgt de gemiddelde variabele beloning van circa $1,9 miljoen naar $8,2 miljoen. De gemiddelde waarde van toegekende opties vernegenvoudigt in die periode, terwijl de overige variabele beloningsvormen zoals de bonussen en ‘restricted stock’ in diezelfde periode verdriedubbelen.2
Een belangrijke reden voor het gelijk blijven van het vaste salaris is de door Clinton in 1993 ingevoerde belastingregeling (Sectie 162(m) van de Tax Code) die bepaalt dat alle bezoldiging boven de $1 miljoen ‘performance-based’ moet zijn om binnen het belastinggunstige tarief te vallen.
Na het barsten van de dotcom-bubbel en de schandalen van Enron en WorldCom daalt de gemiddelde bezoldiging van een CEO van een onderneming met een beursnotering aan de S&P 500, voornamelijk door een lagere opbrengst van toegekende opties.3 Eenzelfde kortstondige dip in toegekende variabele beloning zien we ook na het uitbreken van de kredietcrisis. Tussen 2001 en 2011 blijft de gemiddelde bezoldiging, evenals de verhouding tussen vaste en variabele beloning, echter nagenoeg gelijk. Wel zien we een wijziging in de gebruikte vorm van de variabele beloning. Het aandeel in opties neemt na 2001 geleidelijk af. De opties worden ingewisseld voor een groter aandeel in ‘restricted stock’. Ook nemen de bonussen ten opzichte van 2001 gemiddeld iets toe.4