Beheer van familievermogen door middel van certificering
Einde inhoudsopgave
Beheer van familievermogen door middel van certificering (AN nr. 185) 2024/5.5.2.1:5.5.2.1 Invloed vanuit de verschillende verhoudingen die een rol spelen bij de certificeringsstructuur
Beheer van familievermogen door middel van certificering (AN nr. 185) 2024/5.5.2.1
5.5.2.1 Invloed vanuit de verschillende verhoudingen die een rol spelen bij de certificeringsstructuur
Documentgegevens:
mr. A.M. Steegmans, datum 01-02-2024
- Datum
01-02-2024
- Auteur
mr. A.M. Steegmans
- JCDI
JCDI:ADS957947:1
- Vakgebied(en)
Personen- en familierecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In paragraaf 5.1 zijn verschillende verhoudingen beschreven in de stak-structuur die in dit onderzoek wordt bestudeerd. Daarna is in paragraaf 5.3.5. besproken wat het gevolg is van het al dan niet in de gemeenschap vallen van de certificaten. Aangezien een nalatenschap een gemeenschap is, is veel van wat er in die paragraaf is besproken van toepassing wanneer de certificaten in een nalatenschap terechtkomen. Voor het overzicht worden hier kort de relevante conclusies herhaald. Dit wordt gedaan, omdat in paragraaf 5.5.2.2 verder zal worden ingegaan op botsende belangen tussen de vennootschap en de stak aan de ene kant en de erfgenamen aan de andere kant op het moment dat de certificaten in de nalatenschap vallen.
In de verhouding tussen de vennootschap en de stak en tussen eventuele aandeelhouders onderling lijkt weinig invloed mogelijk op de situatie dat de certificaten in de nalatenschap terechtkomen. De beperkte invloed die vanuit die verhoudingen merkbaar is, ziet vooral op het al dan niet kunnen laten ontstaan van een certificering. In de verhouding tussen de aandeelhouders onderling is besproken dat een aandeelhoudersovereenkomst een intentie tot certificering kan bevatten. Bij het opnemen van die intentie kunnen afspraken worden gemaakt over de inhoud van de statuten van de stak en de administratievoorwaarden. Dit kunnen bijvoorbeeld afspraken betreffen over mogelijke overdrachtsbeperkende bepalingen op het moment dat certificaten in een nalatenschap terechtkomen. Een indirecte invloed is hier zichtbaar. Omdat er in het onderzoek wordt uitgegaan van de stak als enig aandeelhouder, wordt niet verder op deze mogelijkheid ingegaan.
Vanuit de verhoudingen tussen de stak en de certificaathouder en tussen de certificaathouders onderling zijn meerdere invloeden zichtbaar. Allereerst bestaat er in de verhouding tussen de stak en de certificaathouder de mogelijkheid om de overdracht van de certificaten te beperken.1 Deze beperkingen kunnen ook van toepassing zijn op het moment dat de certificaten door overgang onder algemene titel in de nalatenschap terechtkomen. Een voorbeeld is dat er in de verhouding tussen de stak en de certificaathouder een aanbiedingsplicht is opgenomen op het moment dat de certificaathouder komt te overlijden. Deze aanbiedingsplicht gaat op grond van de saisine over op de erfgenamen van de erflater.2
Ten tweede kan vanuit de verhouding tussen de certificaathouders onderling mogelijk invloed worden uitgeoefend op de situatie dat de certificaten in een nalatenschap terechtkomen. Zo kan tussen de certificaathouders worden overeengekomen dat zij de certificaten aan elkaar zullen aanbieden als zich een bepaalde gebeurtenis voordoet. De gebeurtenis kan bijvoorbeeld het overlijden van een certificaathouder zijn. Net als de aanbiedingsplicht in de verhouding tussen de stak en de certificaathouder, is dit ook een afspraak die na het overlijden van de certificaathouder overgaat op zijn erfgenamen.
Deze afspraken tussen de stak en de certificaathouders en tussen de certificaathouders onderling kunnen ertoe leiden dat de certificaten uiteindelijk niet meer in de nalatenschap aanwezig zijn. De mogelijke invloed op het behoud van het economisch belang binnen de familie bij overlijden van de certificaathouder is daarmee een gegeven.