Informatierechten van aandeelhouders
Einde inhoudsopgave
Informatierechten van aandeelhouders (IVOR nr. 134) 2024/4.1:4.1 Plan van aanpak
Informatierechten van aandeelhouders (IVOR nr. 134) 2024/4.1
4.1 Plan van aanpak
Documentgegevens:
mr. P.L. Hezer, datum 27-05-2024
- Datum
27-05-2024
- Auteur
mr. P.L. Hezer
- JCDI
JCDI:ADS971907:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In dit hoofdstuk behandel ik het recht op inlichtingen van de algemene vergadering dat wettelijk is verankerd in artikel 2:107/217 lid 2 BW. Daartoe zal ik in paragraaf 4.2 eerst de ontwikkeling van het recht op inlichtingen schetsen aan de hand van het wetgevingsproces en de doctrine. Opvallend is dat het recht op inlichtingen zich parallel heeft ontwikkeld in Nederland en op Europees niveau. Hoewel de Nederlandse wetgever voor een andere benadering heeft gekozen dan de Europese, zit het onderscheid tussen het Nederlands recht op inlichtingen en de verschillende voorstellen die vanuit Europa zijn gedaan met name in nuances die in mijn ogen nauwelijks praktische betekenis hebben.
In paragraaf 4.3 sta ik uitgebreider stil bij enkele aspecten van het recht op inlichtingen. Het recht op inlichtingen kan worden gebruikt om ter vergadering meer inzicht te krijgen in, alsmede gezichtspunten en informatie uit te wisselen over, de voorliggende agendapunten. Daarnaast draagt het beantwoorden van vragen bij aan de verantwoording van de vennootschapsleiding aan de algemene vergadering. De regulering van het recht op inlichtingen komt aan bod in paragraaf 4.4. Verschillende gezichtspunten kunnen relevant zijn voor de ruimte die aandeelhouders krijgen om vragen te stellen en de ruimhartigheid die de vennootschapsleiding heeft te betrachten bij de beantwoording daarvan. Daarbij komt met name gewicht toe aan het al dan niet besloten karakter van de vennootschap. In paragraaf 4.5 deel ik vervolgens enkele slotbeschouwingen.