Einde inhoudsopgave
De bezoldiging van bestuurders van beursgenoteerde vennootschappen (IVOR nr. 113) 2018/301
301 Say-on-pay in het Verenigd Koninkrijk
mr. E.C.H.J. Lokin, datum 01-04-2018
- Datum
01-04-2018
- Auteur
mr. E.C.H.J. Lokin
- JCDI
JCDI:ADS370221:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Corporate governance
Voetnoten
Voetnoten
Cadburry Report 1992, 4.45. “The Annual General Meeting provides the opportunity for shareholders to make their views on such matters as directors’ benefits known to their boards. It is the Committee’s view that shareholders can play a more, practical governance role by aiming to influence board policies in this way, than by seeking to make the detail of board decisions subject to their vote.”
Cadburry Report 1992, 4.43.
Greenburry Report 1995, 5.29 (te raadplegen op https://www.ecgi.org/codes/documents/greenbury.pdf (laatst bezocht op 5 augustus 2017)).
Greenburry Report 1995, 5.30.
Opgemerkt dient te worden dat het remuneratierapport zowel betrekking heeft op het bezoldigingsbeleid als de daadwerkelijke toepassing ervan. Ook de say-on-pay ziet derhalve op beide.
Greenburry Report 1995, 5.31.
Hampel Report 1998, 4.21 (te raadplegen op https://www.ecgi.org/codes/documents/hampel.pdf (laatst bezocht op 5 augustus 2017)).
De bezoldiging van bestuurders van de grote beursgenoteerde ondernemingen steeg met bijna 600% tussen 1979 en 1994. De pay ratio tussen de gemiddelde CEO en de ‘rank-and-file employee’ steeg van 1981 tot halverwege de jaren ’90 van 11:1 naar 20:1. Cheffins & Thomas 2001, p. 4. Voorafgaand aan de invoering kwam het Department of Trade and Industry (DTI) overigens met twee consultatiedocumenten waarin DTI al een welwillendere houding aannam ten opzichte van het invoeren van een say-on-payregeling. Zie Directors’ Remuneration. A Consultative Document 1999 en Directors’ Remuneration. A Consultative Document 2001 (beide rapporten zijn te raadplegen op https://www.legislation.gov.uk/uksi/2002/1986/contents/made (laatst bezocht op 5 augustus 2017)).
In het Greenburry report uit 1995 was overigens al een aanzet gegeven voor het openbaar maken van een remuneratierapport waarin zowel het bezoldigingsbeleid als de daadwerkelijk toegekende en uitgekeerde bezoldiging per individuele bestuurder openbaar gemaakt moest worden. Greenburry Report 1995, 5.4. Wel was opgenomen dat het remuneratierapport niet jaarlijks openbaar hoefde te worden gemaakt. Zie Greenburry Report 1995, 32.
In Sec. 234b CA 1985 werd de verplichting opgenomen jaarlijks een remuneratierapport openbaar te maken. In Sec 241A CA 1985 de say-on-pay. Bij de invoering van de CA 2006 werden de openbaarmakingsverplichtingen opgenomen in Deel 15, Hoofdstuk 6, Sec 420-422 en de say-on-pay in Deel 15, Hoofdstuk 9, Sec. 439-440.
Zoals opgemerkt ziet het remuneratierapport zowel op het bezoldigingsbeleid als de daadwerkelijke toepassing ervan. Ook de say-on-pay ziet derhalve op beide.
Er is een lange weg afgelegd voordat het Verenigd Koninkrijk als eerste land over ging tot het invoeren van een say-on-pay. De discussie over een dergelijke regeling is terug te vinden in het Cadburry Report uit 1992. Een mogelijke invoering van een say-on-pay werd daar overwogen, maar de commissie verwierp een dergelijk voorstel om praktische redenen. Daarnaast achtte de commissie het voldoende dat aandeelhouders de mogelijkheid hebben hun ongenoegen over de bezoldiging van bestuurders te uiten op de algemene vergadering.1 Een expliciete say-on-pay werd niet noodzakelijk geacht.
“The committee has received proposals for giving shareholders the opportunity to determine matters such as directors’ pay at general meetings, but does not see how these suggestions could be made workable. A director’s remuneration is not a matter which can sensibly be reduced to a vote for or against; were the vote to go against a particular remuneration package, the board would still have to determine the remuneration of the director concerned.”2
In het daarop volgende Greenburry Report (1995) is eenzelfde gedachtegang te ontwaren. Volgens deze commissie gaat de interesse van aandeelhouders op de algemene vergadering niet uit naar de bezoldiging van bestuurders, maar naar de voortgang van de onderneming, de concurrentiepositie en het handelen van de bestuurders in het algemeen.3 Als aandeelhouders toch hun bedenkingen hebben bij de bezoldiging van bestuurders dan kunnen zij deze aankaarten op de algemene vergadering, een eigen resolutie indienen, stemmen tegen de herverkiezing van leden van de remuneratiecommissie of, in extremis, stemmen tegen de jaarrekening.4 De commissie zet wel de deur open voor een vrijwillige say-on-pay door te stellen dat het bestuur onder uitzonderlijke omstandigheden uiteraard zelf kan besluiten om het remuneratierapport ter stemming voor te leggen.5
“We also think, however, that Boards of Directors and remuneration committees should feel free to put down a resolution approving the policy of the committee’s report if they believe that there are special circumstances which make this appropriate. If, for example, a company wishes to change radically its remuneration policies, or if its policies in this area have attracted controversy, the Board and the remuneration committee may think it right to seek explicit backing in this way from the shareholders.”6
In het Hampel Report (1998) wordt nogmaals benadrukt dat het initiatief voor het vrijwillig ter stemming voorleggen van het remuneratierapport bij het bestuur ligt. Het invoeren van een verplichte say-on-pay acht de commissie niet opportuun.7
Tijdens de millenniumwissel verandert de houding in het Verenigd Koninkrijk ten opzichte van een verplicht say-on-pay. Het uitblijven van vrijwillig door de board geïnitieerde say-on-paystemmingen en een algehele ontevredenheid over de toename van de bezoldiging van bestuurders leiden er in 2002 toe dat de ‘Directors’ Remuneration Report Regulations’ worden opgesteld.8 Deze Regulations schrijven voor dat jaarlijks een ‘Directors’ Remuneration Report’ moet worden openbaar gemaakt.9 De aandeelhouders dienen daarnaast in staat te worden gesteld jaarlijks in de algemene vergadering over het remuneratierapport te stemmen. De uitkomst van deze stemming moet worden aangemerkt als een niet-bindend advies aan de board of directors.10 Met de invoering van deze regeling is het Verenigd Koninkrijk het eerste land met een niet-bindende say-on-pay.11