V-N 2026/28.15
Griffierechtregeling niet in strijd met Unierechtelijke evenredigheidsbeginsel
HR 12-06-2026, ECLI:NL:HR:2026:915, m.nt. Redactie Vakstudie Nieuws
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
12 juni 2026
- Magistraten
Van Hilten, Punt, Fierstra
- Zaaknummer
25/02830
- Noot
Redactie Vakstudie Nieuws
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:BSD110271:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal procesrecht / Algemeen
Fiscaal procesrecht / Griffierecht
- Brondocumenten
Beroepschrift, Hoge Raad, 12‑06‑2026
ECLI:NL:HR:2026:915, Uitspraak, Hoge Raad, 12‑06‑2026
- Wetingang
art. 8:41 Awb
Essentie
De Hoge Raad oordeelt dat de Nederlandse griffierechtregeling niet in strijd is met het Unierechtelijke evenredigheidsbeginsel uit art. 52 Handvest van de grondrechten.
Samenvatting
X BV stelt beroep in tegen een uitspraak op bezwaar inzake BPM. Omdat het griffierecht van € 371 niet wordt betaald, verklaart Rechtbank Gelderland het beroep niet-ontvankelijk. In verzet betoogt X BV dat de regeling van art. 8:41 Awb in strijd is met het Unierechtelijke evenredigheidsbeginsel van art. 52 Handvest. Het griffierecht bedraagt bijna 29% van het financiële belang van de procedure (€ 1287) en vormt daardoor een onevenredige belemmering van de toegang tot ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.