RBP 2025/20
Onmiddellijkheidsbeginsel. Mag de Ondernemingskamer in een andere samenstelling dan tijdens de mondelinge behandeling eindarrest wijzen?
HR 24-01-2025, ECLI:NL:HR:2025:114
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
24 januari 2025
- Magistraten
Mrs. T.H. Tanja-van den Broek, C.E. du Perron, H.M. Wattendorff
- Zaaknummer
24/00695
- Conclusie
A-G mr. B.F. Assink
- JCDI
JCDI:BSD3659:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Algemeen
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:114, Uitspraak, Hoge Raad, 24‑01‑2025
ECLI:NL:PHR:2024:1231, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 15‑11‑2024
Beroepschrift, Hoge Raad, 11‑06‑2024
Beroepschrift, Hoge Raad, 28‑02‑2024
- Wetingang
Art. 19, 87 Rv; art. 2:335 (oud) e.v. BW
Essentie
Onmiddellijkheidsbeginsel. Informeren partijen combinatiewisseling.
Mag de Ondernemingskamer in een andere samenstelling dan tijdens de mondelinge behandeling eindarrest wijzen?
Samenvatting
De broers Boudewijn en Carl houden ieder 50% van de aandelen in een bloembollenbedrijf. Na een conflict sluiten Boudewijn en Carl een vaststellingsovereenkomst, waarin onder meer is bepaald dat Carl zijn aandelen overdraagt aan Boudewijn. De vaststellingsovereenkomst wordt nooit uitgevoerd. In eerste aanleg vorderen zij over en weer uitstoting op grond van art. 2:336 (oud) BW. De rechtbank wijst de vordering tot uitstoting toe en bepaalt de waarde van de over te dragen aandelen op nihil. De zaak ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.