Politiemensen, officieren en rechters over strafrecht
Einde inhoudsopgave
Politiemensen, officieren en rechters over strafrecht (SteR nr. 49) 2020/9:9 Slotbeschouwing
Politiemensen, officieren en rechters over strafrecht (SteR nr. 49) 2020/9
9 Slotbeschouwing
Documentgegevens:
J. Kort, datum 01-03-2020
- Datum
01-03-2020
- Auteur
J. Kort
- JCDI
JCDI:ADS200814:1
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In de loop der tijd hebben ontwikkelingen in het strafrecht laten zien dat de daaraan ten grondslag liggende waarden een verschillende nadruk kunnen krijgen. Vanaf de jaren 1970 werd getracht negatieve neveneffecten van strafrechtelijk optreden te verminderen en te voorkomen. Vanaf de jaren 1980 zijn daar ontwikkelingen bij gekomen die juist duiden op meer repressie, een hardere en meer ‘gestroomlijnde’ aanpak van criminaliteit door de overheid, via het strafrecht. De laatste decennia staat het feitelijke functioneren van het strafrecht regelmatig en op verschillende manieren ter discussie. De recente reorganisaties van de politie, het Openbaar Ministerie en de zittende magistratuur waren steeds het gevolg van politieke en soms publieke ontevredenheid met het functioneren van deze organisaties en een behoefte aan meer transparantie, slagvaardigheid en centralisatie. Ook binnen de strafrechtspleging zelf is de discussie opgelaaid over het tanende publieke vertrouwen daarin en het gezag van de strafrechter; kortom over de legitimiteit van het strafrecht in het algemeen.
In voorgaande hoofdstukken is verslag gedaan van een empirisch onderzoek naar opvattingen van politiemensen, officieren van justitie en rechters over het functioneren van het strafrecht en de verklaringen daarvoor. Opmerkelijk is dat nog weinig bekend is over (de achtergronden van) de wijze waarop het spanningsveld tussen due process en crime control zich voordoet in de praktijk, terwijl dat spanningsveld zo relevant is in de ontwikkeling die het strafrecht doormaakt en in alle fasen van opsporing, vervolging en strafrechtspraak een rol kan spelen. Dit onderzoek beperkte zich echter niet tot de spanning tussen de waarborgfunctie van het strafrecht en de instrumentele functie ervan, ook het spanningsveld tussen de verschillende strafdoelen in de opvattingen van politiemensen, officieren van justitie en rechters is onderzocht. Beide dimensies in hun opvattingen kunnen van belang zijn om het functioneren van politie, OM en strafrechtspraak beter te begrijpen.
Met dit onderzoek is inzichtelijk gemaakt hoe opvattingen van politiemensen, officieren van justitie en rechters zich verhouden tot de relaties tussen due process en crime control en tot verschillende strafdoelen. Voorafgaand aan het onderzoek zijn de volgende deelvragen geformuleerd:
Hoe beoordelen politiemensen in Nederland het functioneren van het strafrecht en in het bijzonder het strafrechtelijk vervolg op hun werk?
Hoe beoordelen officieren van justitie en rechters de door politiemensen verwoorde opvattingen over het functioneren van het strafrecht en wat is hun eigen opvatting hierover?
In hoeverre weerspiegelen de opvattingen van politiemensen, officieren van justitie en rechters over het functioneren van het strafrecht het spanningsveld tussen due process en crime control? In hoeverre speelt het verschillend benadrukken van strafdoelen hier een rol bij?
Welke verklaringen kunnen worden gegeven voor de opvattingen die politiemensen, officieren van justitie en rechters hebben over het functioneren van het strafrecht?
Wat zijn de mogelijke gevolgen van de opvattingen die politiemensen, officieren van justitie en rechters hebben over het strafrecht?
Om deze onderzoeksvragen te beantwoorden is onderzocht welke opvattingen er onder de functionarissen in de belangrijkste strafrechtelijke instituties leven, en zijn verklaringen daarvoor in kaart gebracht. Hiertoe is bij vier eenheden van de Nationale Politie, twee OM-parketten en twee rechtbanken, gebruik gemaakt van een combinatie van onderzoeksmethoden: operationele politiemensen zijn geïnterviewd en vervolgens geënquêteerd om na te gaan hoe vaak bepaalde opvattingen onder hen voorkomen. Aansluitend zijn achtereenvolgens met officieren van justitie en rechters interviews gehouden. Hierin werd een reactie gevraagd op de onder politiemensen verzamelde opvattingen. Ook werd gevraagd naar opvattingen over de spanning tussen due process en crime control, en werd gevraagd naar opvattingen over strafdoelen.
Deze slotbeschouwing is als volgt opgebouwd. §9.1 bevat een samenvatting van de belangrijkste bevindingen die dit onderzoek heeft opgeleverd. Hiertoe behoort ook een reflectie op het theoretisch kader dat is gebruikt, hoofdzakelijk gevormd door de theoretische modellen van Packer en de discussie over strafdoelen (zie hoofdstuk 2). Vervolgens komt de vraag aan de orde in hoeverre dit kader bruikbaar was bij de analyse van de in dit onderzoek beschreven opvattingen en van de verklaringen voor die opvattingen. Aangegeven zal worden in hoeverre dit onderzoek aanleiding geeft de gebruikte theoretische invalshoeken bij te stellen. In §9.2 komt de laatste deelvraag in dit onderzoek apart aan de orde. Ingegaan wordt op de vraag wat de mogelijke gevolgen zijn van de opvattingen die politiemensen, officieren van justitie en rechters hebben over het strafrecht. Daarbij wordt gereflecteerd op de boodschap die Packer wilde meegeven met behulp van zijn theoretische modellen. Vervolgens komt de betekenis aan de orde die dit onderzoek kan hebben voor het verdere functioneren van politie, Openbaar Ministerie en strafrechtspraak. Daarbij worden enkele (onderzoeks)vragen geformuleerd die in de toekomst van belang kunnen zijn.
9.1 Samenvatting van de onderzoeksresultaten9.2 Tot slot