V-N 2026/20.10
Hoge Raad verduidelijkt invloed van procesgedrag gemachtigde op redelijke termijn voor ISV
HR 01-05-2026, ECLI:NL:HR:2026:735, m.nt. Redactie Vakstudie Nieuws
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
1 mei 2026
- Magistraten
Boerlage, Van der Voort Maarschalk, Van Roij
- Zaaknummer
25/02550
- Noot
Redactie Vakstudie Nieuws
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:BSD104818:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal procesrecht / Algemeen
Fiscaal procesrecht (V)
Fiscaal procesrecht / Procesorde
Fiscaal bestuursrecht / Bijstand en vertegenwoordiging
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2026:735, Uitspraak, Hoge Raad, 01‑05‑2026
ECLI:NL:PHR:2026:248, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 13‑03‑2026
- Wetingang
Essentie
De Hoge Raad verduidelijkt wanneer de redelijke termijn kan worden verlengd wegens het (proces)gedrag van de gemachtigde.
Samenvatting
X schakelt een gemachtigde in om op te komen tegen de vastgestelde WOZ‑waarde. Rechtbank Midden‑Nederland kent een immateriëleschadevergoeding (ISV) toe wegens overschrijding van de redelijke termijn. Hoewel de standaardtermijn met dertien maanden is overschreden, verlengt de rechtbank deze met één jaar vanwege de beperkte beschikbaarheid van de gemachtigde. Hof Arnhem‑Leeuwarden ziet geen aanleiding voor verlenging van de redelijke termijn.
De Hoge Raad verduidelijkt wanneer de redelijke termijn kan worden verlengd wegens het (proces)gedrag van de gemachtigde. De termijn ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.