Einde inhoudsopgave
De bezoldiging van bestuurders van beursgenoteerde vennootschappen (IVOR nr. 113) 2018/313
313 Say-on-pay: het bezoldigingspakket
mr. E.C.H.J. Lokin, datum 01-04-2018
- Datum
01-04-2018
- Auteur
mr. E.C.H.J. Lokin
- JCDI
JCDI:ADS364156:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Corporate governance
Voetnoten
Voetnoten
De SEC heeft de say-on-payregels aangenomen op 25 januari 2011. De basis voor de regels is te vinden in Section 951 van de Dodd-Frank Act uit 2010. De say-on-paystemming is vereist op basis van sec. 14A van de Exchange Act (15 U.S.C. 78n-1 of § 240.14a-20).
Een standaard overzicht van een dergelijke CD&A is: “(i) overview of previous year performance and compensation, (ii) elements of compensation for the past fiscal year, (iii) performance targets for past year/performance period, (iv) compensation decisions made in past fiscal year/performance period, (v) compensation framework: policies, process, and risk considerations en (vi) employment and termination agreements.”
Ondanks het niet-bindende karakter van de say-on-payregeling is er een golf aan rechtszaken waar te nemen. Deze rechtszaken worden geïnitieerd na een negatieve uitkomst, maar ook voorafgaand aan de say-on-paystemming, onder meer op basis van de stelling dat niet alle ‘materiële’ informatie openbaar is gemaakt. Zie hierover onder andere https://www.professorbainbridge.com/professorbainbridgecom/2011/04/say-on-pay-litigation.html (laatst bezocht op 5 augustus 2017). Bijzonder is dat in een rechtszaak inzake Cincinnati Bell de klagers in eerste aanleg gelijk hebben gekregen. Zie NECA-IBEW Pension Fund v. Cox, Case no. 1:11-CV-451 (S.D. Ohio Sept. 20, 2011) (Cincinati Bell). In deze zaak speelt de vraag of een aandeelhouder de directors mag aanspreken op grond van een ‘breach of the duty of loyalty’ wanneer de directors $4 miljoen aan bonussen hebben toegekend aan de CEO, bovenop een salaris van $4,5 miljoen, in hetzelfde jaar waarin de onderneming een daling van het netto-inkomen van $61,3 miljoen moet incasseren, de EPS is gedaald van $0.37 naar $0.09, de aandelenkoers is gedaald van $3.45 naar $2.80 en er sprake is van een negatieve jaarlijkse shareholder return van 18.8%.
Item 402(b)(1)(vii).
Sinds 2011 zijn beursgenoteerde ondernemingen op basis van Sec. 14A van de Securities Exchange Act verplicht om de openbaar gemaakte informatie over de bezoldiging van bestuurders ter stemming voor te leggen aan de AVA.1 Er wordt gestemd over het gehele bezoldigingspakket zoals opgenomen in de CD&A.2 Het is aandeelhouders daarbij niet toegestaan hun stem te doen gelden over specifieke elementen van de bezoldiging.
De uitkomst van deze stemming draagt het karakter van een niet-bindend advies.3 Iedere vennootschap is wel verplicht in de CD&A op te nemen of het resultaat van de meest recente ‘say-on-pay vote’ in overweging is genomen en indien ja, op welke wijze het in overweging nemen van deze niet-bindende stemming invloed heeft gehad op de bezoldigingsbeslissingen en -beleidsmaatregelen.4
De algemene vergadering stemt overigens niet alleen over de bezoldiging, maar tevens over de vraag of deze say-on-paystemming jaarlijks, tweejaarlijks of eenmaal in de drie jaar moet plaatsvinden. Ook deze ‘frequency vote’ is niet-bindend. De say-on-pay-frequency vote dient in ieder geval iedere zes jaar te worden gehouden.