Einde inhoudsopgave
Raad zonder raadgevers? (SteR nr. 42) 2018/4.3.2.1.1
4.3.2.1.1 Subsidiebegrip
drs. J.W.M.M.J. Hessels, datum 01-03-2018
- Datum
01-03-2018
- Auteur
drs. J.W.M.M.J. Hessels
- JCDI
JCDI:ADS574440:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Algemeen
Bestuursprocesrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Van Buuren e.a. 2013, p. 249: ‘Uit lid 2 volgt dat de subsidietitel niet geldt als ingevolge een wettelijk voorschrift het verrichten van bepaalde activiteiten leidt tot vermindering van een belasting- of premieschuld.’
Van Buuren e.a. 2013, p. 250: ‘Door het woord ‘uitsluitend’ (in artikel 4:21, derde lid JH) vallen bijdragen waarvoor overheidsorganen en burgers beiden in aanmerking komen wel onder de subsidietitel.’
VNG 2010.
Zie hierna de uitkomsten van de enquête hieromtrent.
Den Ouden, Jacobs & Verheij, 2011, p. 10.
Artikel 4:21, eerste lid, Awb luidt:
‘Onder subsidie wordt verstaan: de aanspraak op financiële middelen, door een bestuursorgaan verstrekt met het oog op bepaalde activiteiten van de aanvrager, anders dan als betaling voor aan het bestuursorgaan geleverde goederen of diensten.’
Als uitzondering op deze regel stelt dit artikel limitatief fiscale faciliteiten1 (lid 2) en uitkeringen aan overheden2 (lid 3). Of de subsidietitel van toepassing is, is niet afhankelijk van de gekozen benaming. De titel geldt als aan de genoemde elementen van de begripsomschrijving in artikel 4:21, eerste lid, is voldaan.
De standaardregeling voor fractieondersteuning (de VNG-modelverordening ambtelijke bijstand en fractieondersteuning3) past naadloos binnen de definitie van artikel 4:21 Awb.
‘De fracties als bedoeld in artikel ... van het Reglement van orde voor de vergaderingen van de raad ontvangen jaarlijks een financiële bijdrage als tegemoetkoming in de kosten voor het functioneren van de fractie’ bepaalt artikel 6, eerste lid, waarna het eerste lid van artikel 7 stelt “Fracties besteden de bijdrage om hun volksvertegenwoordigende, kaderstellende en controlerende rol te versterken.’
Daarmee is voldaan aan de voorwaarden van artikel 4:21, eerste lid, Awb. Er is immers sprake van een aanspraak op financiële middelen, die door een bestuursorgaan – in casu de gemeenteraad – worden verstrekt met het oog op bepaalde activiteiten van de aanvrager (ten behoeve van het functioneren van de fractie), anders dan als betaling voor aan het bestuursorgaan geleverde goederen of diensten.
Met deze constatering staat vast dat de procedure rond de verlening van fractieondersteuning volgens de regels uit titel 4.2 Awb moet plaatsvinden. Dit is echter zeker niet usance bij de meeste gemeenten. Veruit de meeste4 gemeenten hebben zich – zoals gebruikelijk – aangesloten bij de modelverordening van de VNG, waarbij hoogstens enkele maatwerkaanpassingen zijn gedaan. In de eerste versie van de modelverordening (2002-2010) was nog geen enkele sprake van toepassing van titel 4.2 Awb en dus van de kwalificatie van de fractieondersteuning als ‘subsidie’. Zoals gezegd werd de link – na opmerkingen vanuit de leden van de VNG – in de hernieuwde versie van de modelverordening wel gelegd, maar nu dermate oppervlakkig, dat de aansluiting tussen de ongewijzigde artikelen van de modelverordening en de verregaande vereisten van de subsidietitel ver te zoeken is. ‘Een juiste kwalificatie van financiële verstrekkingen van overheidswege vooraf door regelgever en bestuursorganen, kan veel narigheid achteraf voorkomen’5, stellen Den Ouden, Jacobs en Verheij in hun standaardwerk over subsidierecht. Een consequente en consistente toepassing van de subsidieregels bij het toekennen en afhandelen van de financiële stromen bij de fractieondersteuning had waarschijnlijk veel discussies hierover binnen en buiten gemeenteraden kunnen voorkomen.