Einde inhoudsopgave
Beheer van familievermogen door middel van certificering (AN nr. 185) 2024/5.5.2.2.2
5.5.2.2.2 Legaat ten behoeve van de opvolgend certificaathouder
mr. A.M. Steegmans, datum 01-02-2024
- Datum
01-02-2024
- Auteur
mr. A.M. Steegmans
- JCDI
JCDI:ADS957991:1
- Vakgebied(en)
Personen- en familierecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Oorspronkelijk had Meijers waarschijnlijk voor ogen om enkel het legaat van een geldsom of van een goed van de nalatenschap mogelijk te maken. (Kamerstukken II 1962/63, 3771, nr. 6, p. 51.) De wetgever heeft hier verandering in aangebracht zodat het begrip legaat zich nu uitstrekt tot alle uiterste wilsbeschikkingen waarin een vorderingsrecht wordt toegekend. Het maakt niet uit wat de inhoud van de prestatie is die de legataris te vorderen heeft. Kamerstukken II 1962/63, 3771, nr. 6, p. 51.
Op de waardering van certificaten en de eventuele moeilijkheden die daarbij kunnen spelen wordt in dit onderzoek niet verder ingegaan. Zie over waardering voetnoot 124.
Maasland 2019, p. 23 en Janssen 2019, paragraaf 10.5.1.4.
Als vermindering van het legaat van certificaten aan de orde is, dan kunnen de sublegaten die ten laste van de opvolgend certificaathouder komen ook naar evenredigheid worden verminderd (art. 4:121 BW).
De certificaathouder kan in zijn uiterste wil ook gebruikmaken van het legaat om de certificaten aan de opvolgend certificaathouder te laten toekomen. Het legaat is volgens art. 4:117 lid 1 een uiterste wilsbeschikking waarin de erflater aan één of meer erfgenamen een vorderingsrecht toekent. In de vorige paragraaf kwam al aan de orde dat een erflater veel vrijheid heeft bij het inkleden van het legaat.1
Een legaat komt in beginsel ten laste van de gezamenlijke erfgenamen. Een erflater heeft de vrijheid om te bepalen dat het aan één of meer erfgenamen of legatarissen wordt opgelegd.2 In het laatste geval wordt gesproken van sublegaten.
Aangezien het legaat een vorderingsrecht is, wordt een legataris schuldeiser van de nalatenschap na het overlijden van de erflater. De legataris verkrijgt zijn legaat door overdracht van degene die met het legaat is belast. Er is sprake van een verkrijging onder bijzondere titel.3 Dat houdt in dat mogelijke overdrachtsbeperkende maatregelen die in de statuten of de administratievoorwaarden staan opgenomen mogelijk van toepassing zijn. Bij de bespreking van de erfstelling werd al aangegeven dat op deze plek in het onderzoek wordt uitgegaan van één certificaathouder. De overdrachtsbeperkende maatregelen zullen om die reden geen belemmering opleveren voor de legataris om de certificaten te verkrijgen.
Het is op deze plek van belang om één opmerking te maken over de overdrachtsbeperkende maatregelen en dan met name een blokkeringsregeling die van toepassing is bij de overdracht van certificaten. Deze blokkeringsregeling is mogelijk van toepassing bij de overdracht krachtens legaat. Dit hangt af van de tekst in de statuten en de administratievoorwaarden. Is de blokkeringsregeling van toepassing, dan heeft de opvolgend certificaathouder niet de mogelijkheid om op grond van art. 2:195 lid 7 BW een verzoek in te dienen om de blokkeringsregeling buiten toepassing te laten. Dit artikel geldt enkel in het geval van een legaat van aandelen.
De certificaathouder kan door middel van een legaat van certificaten bewerkstelligen dat de certificaten bij de opvolgende certificaathouder(s) terecht komen. Net als bij de erfstelling zijn er verschillende mogelijkheden om de legaten zo in te kleden dat daarmee aan de verschillende doelstellingen van de certificaathouder kan worden voldaan. Net als bij de erfstelling wordt als voorbeeld uitgegaan van een erflater die een langstlevende partner en meerdere kinderen heeft. Eén van de kinderen is in de ogen van de erflater de beoogde opvolger. Daarnaast is het voor de certificaathouder in het voorbeeld van belang dat zijn partner verzorgd achterblijft en de verkrijgingen van de kinderen in waarde zoveel mogelijk gelijk zijn. Om dit te bewerkstelligen kan de erflater een uiterste wil maken waarin hij alle certificaten aan zijn beoogd opvolger legateert. Ten laste van deze beoogd opvolger legateert hij aan zijn andere kinderen en zijn partner een geldbedrag ter grootte van een bepaald gedeelte van de waarde van de certificaten.4 De opvolgend certificaathouder moet voor de betaling van de sublegaten zorgdragen. Dit kan op problemen stuiten op het moment dat er niet voldoende liquide middelen aanwezig zijn om de sublegaten te voldoen. Eventueel leidt dat ertoe dat de opvolgend certificaathouder genoodzaakt is liquide middelen uit de onderneming te onttrekken voor zover hij daar de mogelijkheid toe heeft. Die onttrekking is mogelijk nadelig voor het voortbestaan van de onderneming. De erflater kan ter voorkoming van dit probleem in zijn uiterste wil bepalen dat de legaten aan de sub-legatarissen legaten van geldsommen in termijnen betreffen.5 Daarmee wordt de betalingsverplichting die de erfgenaam heeft gespreid.6
Ten aanzien van de mogelijke legaten die ten laste van de nalatenschap komen, is nog van belang om op te merken dat zij een lage plaats in de rangorde van de nalatenschapsschulden hebben. De schulden die uit de legaten voortkomen worden slechts voldaan nadat alle andere schulden van de nalatenschap zijn voldaan.7 Mochten de andere schulden van de nalatenschap niet kunnen worden voldaan uit de overige goederen van de nalatenschap, dan wordt het legaat verminderd.8 In het geval van de gelegateerde certificaten kan dat inhouden dat de certificaten mogelijk moeten worden vervreemd om de andere schulden van de nalatenschap te kunnen voldoen. Is vermindering van het legaat aan de orde, dan heeft de opvolgend certificaathouder wel de mogelijkheid om afgifte van de certificaten te verlangen tegen voldoening van het bedrag van de vermindering.9 Op die manier behoudt de opvolgend certificaathouder de mogelijkheid om rechthebbende te worden van alle certificaten uit de nalatenschap.10