Einde inhoudsopgave
De bezoldiging van bestuurders van beursgenoteerde vennootschappen (IVOR nr. 113) 2018/99
99 De Homo economicus
mr. E.C.H.J. Lokin, datum 01-04-2018
- Datum
01-04-2018
- Auteur
mr. E.C.H.J. Lokin
- JCDI
JCDI:ADS366580:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Corporate governance
Voetnoten
Voetnoten
Zoals we zullen zien zijn er verschillende verschijningsvormen van de Homo economicus. Ik zal mij hier beperken tot de meest karakteristieke kenmerken. Daarbij richt ik mij op de Homo economicus die centraal staat in de door Jensen en Meckling vormgegeven principaal-agenttheorie en de Homo economicus die wordt opgevoerd ten behoeve van de pay-for-performancebenadering.
Albanese, Dacin & Harris 1997, p. 610. Binnen de economie wordt telkens gesproken over ‘utility’. Hierna zal dit telkens worden aangeduid met utiliteit of nut.
Transitieve voorkeuren zijn die voorkeuren waarvan als vast is gesteld dat goed A de voorkeur geniet boven goed B, goed B de voorkeur geniet boven goed C en dat goed A de voorkeur geniet boven goed C.
Zie onder meer Jensen & Meckling 1994, p. 4, waarbij zij specifiek ingaan op het begrip maximaliseren. Hoewel zij dit begrip uitleggen binnen het ‘Resourceful Evaluative Maximising Model’ waar ik later over kom te spreken, wordt eenzelfde uitleg gehanteerd over maximaliseren bij de eenvoudige Homo economicus die hier beschreven wordt.
Ulen 1999, p. 790.
Paul Milgrom en John Roberts schrijven over het Homo economicus-model dat hiermee mensen worden weggezet als “fundamentally amoral, ignoring rules, breaking agreements, an employing guile, manipulation, and deception if they see personal gain in doing so.” Milgrom & Roberts 1992, p. 42.
Stout 2011, p. 4. Zie tevens Jensen & Meckling 1994, p.15, waarin zij ingaan en kritiek hebben op ‘the economic model of human behavior’.
De kern van de kritiek richt zich op het mensbeeld dat de principaal-agenttheorie hanteert: de Homo economicus. Dit model van de mens heeft zich in meer dan 200 jaar binnen de economie ontwikkeld. De Homo economicus wordt gekarakteriseerd als een rationeel persoon die handelt ten behoeve van het maximaliseren van zijn eigen utiliteit.1
Een rationeel persoon is iemand die handelt op een manier waarvan hij gelooft dat dit handelen consistent is met zijn nutsfunctie.2 Het individu weet wat hij wil, is in staat om de dingen die hij wil te rangschikken van meest gewild naar minst gewild en handelt op een manier waarop hij gelooft dat hij hetgeen hij wil maximaal zal bevredigen. Deze voorkeuren van de mens zijn volgens de financiële economie transitief.3
Met maximaliseren wordt binnen deze visie van de mens gedoeld op de aanname dat de mens liever meer heeft van hetgeen hij als positief bestempelt, dan minder. Daar komt bij dat de mens nooit genoeg heeft van hetgeen hij wil. De mens wordt beperkt in zijn mogelijkheden om zijn wil te bevredigen door bijvoorbeeld tijd, rijkdom en de fysische wetten der natuur, maar binnen de mogelijkheden die voorhanden zijn, zoekt de mens naar het maximaliseren van zijn utiliteit.4
Bij de Homo economicus staat zijn eigen belang voorop. Op basis van een kosten/batenanalyse streeft de mens ernaar zijn persoonlijk nut, dat hij uit zijn voorkeuren afleidt, te maximaliseren.5 De meest simpele vorm van de economische mens maakt zich bij het maximaliseren van zijn persoonlijk nut niet druk om iets als moraal, ethiek, liefde, eerlijkheid, respect of andere mensen.6 Hij denkt alleen aan zichzelf. Calculerend en opportunistisch streeft hij naar die handelingen die hem het grootste materiële voordeel opleveren.7