Belastingheffing over particulierpensioen en overheidspensioen in grensoverschrijdende situaties
Einde inhoudsopgave
Belastingheffing over particulierpensioen en overheidspensioen in grensoverschrijdende situaties (FM nr. 144) 2015/5.5:5.5 Beantwoording deelvraag
Belastingheffing over particulierpensioen en overheidspensioen in grensoverschrijdende situaties (FM nr. 144) 2015/5.5
5.5 Beantwoording deelvraag
Documentgegevens:
dr. B. Starink, datum 01-02-2015
- Datum
01-02-2015
- Auteur
dr. B. Starink
- JCDI
JCDI:ADS351819:1
- Vakgebied(en)
Inkomstenbelasting / Inkomen uit werk en woning (box 1) - niet-winst
Internationaal belastingrecht / Heffingsbevoegdheid
Loonbelasting / Pensioenregeling
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In dit hoofdstuk staat de beantwoording van de volgende deelvraag centraal: Hoe heeft het Nederlands fiscaal verdragsbeleid inzake belastingheffing over grensoverschrijdende pensioenuitkeringen zich ontwikkeld?
Deze vraag kan als volgt beantwoord worden. Het Nederlandse fiscaal verdragsbeleid inzake pensioenuitkeringen heeft zich als volgt ontwikkeld. Het verdragsbeleid is allereerst sterk beïnvloed door het OESO-modelverdrag en komt met name tot uiting in de verschillende notities internationaal fiscaal verdragsbeleid alsmede de bilaterale belastingverdragen die Nederland heeft gesloten. Tot de jaren 90 van de vorige eeuw gold voor particulierpensioen een onbeperkte woonlandheffing conform het OESO-modelverdrag. Vanaf de jaren 90 van de vorige eeuw is een verschuiving zichtbaar van onbeperkte woonlandheffing naar gedeeltelijke dan wel niet-exclusieve bronlandheffing in nieuw gesloten verdragen. Doel van de nieuwe benadering was in eerste instantie om misbruiksituaties te voorkomen. Zoals blijkt uit de Noitie Internationaal Verdragsbeleid wordt later een onvoorwaardelijke bronlandheffing nagestreefd omdat dit recht zou doen aan de budgettaire belangen van Nederland. Deze trend is ook waarneembaar in de door Nederland gesloten bilaterale belastingverdragen. De verdragen met Canada, de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk, België en Duitsland zijn onder andere allemaal atypisch in vergelijking met het OESO-modelverdrag. Het verdrag met Canada sluit overigens het best aan bij de in hoofdstuk 4 beschreven geprefereerde situatie.