Einde inhoudsopgave
De bezoldiging van bestuurders van beursgenoteerde vennootschappen (IVOR nr. 113) 2018/412
412 Art. 2:135 lid 6 BW: Het achteraf aanpassen van de bezoldigingsovereenkomst
mr. E.C.H.J. Lokin, datum 01-04-2018
- Datum
01-04-2018
- Auteur
mr. E.C.H.J. Lokin
- JCDI
JCDI:ADS370234:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Corporate governance
Voetnoten
Voetnoten
Kamerstukken II, 2009/10, nr. 3 (MvT), p. 18.
Kamerstukken II, 2012/13, 32 512, nr. 25, p. 15. Indien een vennootschap ernstige verliezen lijdt, zal eerder kunnen worden geconcludeerd dat uitkering van een bonus onaanvaardbaar is. Kamerstukken II, 2009/10, nr. 3 (MvT), p. 18.
Dat de wetgever voor toepassing van lid 6 telkens alleen aanpassing van de bonus vanwege een verslechterde financiële toestand van de onderneming voor ogen stond, onafhankelijk van het handelen van de bestuurder laat onverlet dat het handelen van de bestuurder van belang kan zijn voor beantwoording van de vraag of er sprake is van een onaanvaardbare excessieve beloning.
Kamerstukken II, 2009/10, nr. 3 (MvT), p. 4.
Lid 6 van art. 135 boek 2 BW kent aan het orgaan dat bevoegd is conform art. 2:135 lid 4 BW de bezoldiging vast te stellen een aanpassingsbevoegdheid toe, indien blijkt dat nakoming van de overeenkomst de redelijkheidstoets niet kan doorstaan. De hoogte van een bonus kan worden aangepast tot een passende hoogte, indien uitkering van de bonus naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn.
De aanpassingsbevoegdheid van lid 6 is in het leven geroepen voor de situatie dat de economische toestand van de vennootschap of de markt ongunstig is, terwijl met die omstandigheid onvoldoende rekening is gehouden bij het vaststellen van de doelen waarop de bonus is gebaseerd.1 Indien een vennootschap onverwachte ernstige verliezen lijdt waardoor massaontslagen dreigen, kan een bonus als excessief worden bestempeld.2 De prestaties van de bestuurder zijn in een dergelijk geval dus van ondergeschikt belang.3Art. 2:135 lid 6 BW lijkt dan ook, in elk geval deels, de Nederlandse variant van §87 (2) AktG te zijn.4 De vraag die daarbij rijst is wanneer succesvol een beroep gedaan kan worden op art. 2:135 lid 6 BW en het pacta sunt servanda moet wijken.