Einde inhoudsopgave
De bezoldiging van bestuurders van beursgenoteerde vennootschappen (IVOR nr. 113) 2018/79
79 Een functieverbreding
mr. E.C.H.J. Lokin, datum 01-04-2018
- Datum
01-04-2018
- Auteur
mr. E.C.H.J. Lokin
- JCDI
JCDI:ADS367822:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Corporate governance
Voetnoten
Voetnoten
Zie hierover randnummer 71.
De hoogte van de ‘opportunity pay’ is daarbij natuurlijk wel van belang. Niet alleen dient prestatie beloond te worden, maar de hoogte van die beloning dient ook in lijn te zijn met de verwachting van de bestuurder.
Dat deze impliciete aanname bij de uitwerking van de pay-for-performancebenadering voor problemen zal zorgen, wordt behandeld in hoofdstuk 9 e.v.
Dit is vergelijkbaar met de wijze waarop het belang van de aandeelhouders voorop gesteld wordt omdat de belangen van andere stakeholders in een dergelijk systeem als impliciet voldaan worden verondersteld.
De pay-for-performancebenadering legt juist de nadruk op het motiveren van de bestuurder. Daarbij wordt, in navolging van de praktijk, afscheid genomen van winst als (enig) criterium om het succes van de vennootschap te meten. De bezoldiging dient de bestuurder aan te zetten te handelen in het belang van de vennootschap. Het succes van de vennootschap wordt – conform de financieel economische visie op de vennootschap – gemeten aan de hand van de gecreëerde aandeelhouderswaarde.1 Aangenomen wordt dat een juist ontworpen bezoldiging die een bestuurder beloont voor prestatie impliceert dat de juiste bestuurder aangetrokken en behouden wordt.2 De kostenefficiëntiefunctie wordt tevens impliciet verondersteld, aangezien er alleen voor prestaties dient te worden beloond.3 De financieel-economische visie zet derhalve het motiveren van de bestuurder op de belangrijkste plaats binnen de functionele rangorde van bezoldiging en hangt de overige functies – het aantrekken en behouden van de bestuurder en kostenefficiëntie – als een impliciet gegeven daaronder.4 Van belang is dus primair om de aandacht te richten op het motiverende aspect van de bezoldiging. Daarbij zij opgemerkt dat niet alleen de functionele rangorde veranderd is, maar ook de invulling van het begrip motiveren is geëvolueerd. In de traditionele visie wordt ervan uitgegaan dat een bestuurder gemotiveerd is. De idee is dat de motivatie van de bestuurder gebaat is bij het geven van een blijk van waardering bij positieve resultaten in de vorm van een winstdeling. In de nieuwe visie wordt de motivatie van de bestuurder om de vennootschap in het belang van de aandeelhouders te drijven als afwezig verondersteld. Het ‘motiveren’ van een bestuurder wordt binnen deze visie dan ook veel meer gelijk gesteld aan het controleren en sturen van de bestuurder. Hierdoor heeft zich een verbreding van de functie van bezoldiging voltrokken.