Einde inhoudsopgave
De bezoldiging van bestuurders van beursgenoteerde vennootschappen (IVOR nr. 113) 2018/90
90 De informatieve waarde van de absolute aandeelhouderswaarde
mr. E.C.H.J. Lokin, datum 01-04-2018
- Datum
01-04-2018
- Auteur
mr. E.C.H.J. Lokin
- JCDI
JCDI:ADS370189:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Corporate governance
Voetnoten
Voetnoten
Holmström 1979, p. 74.
Denk bij exogene factoren aan bijvoorbeeld de algemene economische situatie, het sentiment op de beurs, stijgende olieprijzen of valutawijzigingen. Dit probleem laat zich enigszins ondervangen door een schatting te maken van het deel van de beweging in de koers van een aandeel, die aan de resultaten van de vennootschap toe te schrijven zijn, los van de algemene koersontwikkeling. Het beursrendement kan daardoor worden gecorrigeerd voor factoren die buiten de zeggenschap van de bestuurders liggen, maar voor het kwantificeren van de berekeningen is men afhankelijk van subjectieve oordelen. Zie Rappaport 1986, p. 177. Een bijkomend nadeel is dat de bestuurder door het laten meewegen van exogene factoren aangezet wordt nog risicoaverser te worden. Aandeelhouders kunnen immers, in tegenstelling tot de bestuurder, hun risico spreiden door het voeren van een gediversifieerde portfolio.
Aan de andere kant kan het voorkomen dat de aandelenkoers substantieel stijgt door de aanwezigheid van gunstige exogene factoren en een bestuurder een hoge variabele beloning ontvangt, terwijl de bestuurder daar zelf geen enkele invloed op heeft gehad en wellicht dramatisch gepresteerd heeft. Ook kan het voorkomen dat er weliswaar sprake is van een stijging, maar dat deze toename bij goed presteren nog vele malen steiler had kunnen zijn. Overigens kan ook worden betoogd dat één van de prestaties van een bestuurder juist afhangt van de mate waarin hij anticipeert op exogene factoren. Desalniettemin blijft de mate waarin hij hierin goed presteert een relatieve kwestie, die niet weerspiegeld wordt in de aandelenkoers van zijn vennootschap.
Zie Rappaport 1986, p. 176. Als derde beperking wordt genoemd, dat er geen rechtstreekse koppeling gemaakt kan worden tussen de resultaten van een businessunit of divisie en de koersontwikkeling van het aandeel.
Ik merk hier op dat het niet zozeer gaat om koersgevoelige informatie die op dat moment naar buiten gebracht dient te worden, maar op een kennis van zaken waardoor een bestuurder beter kan inschatten of de onderneming over- of ondergewaardeerd is.
Het kiezen voor het belonen van bestuurders op basis van de absolute aandeelhouderswaarde heeft zijn beperkingen. Eén van de belangrijkste beperkingen is, dat de verandering in aandeelhouderswaarde een imperfecte manier is om de prestatie van het bestuur en de individuele prestaties van iedere bestuurder afzonderlijk te meten.1 Aan de verandering in aandeelhouderswaarde kan een aandeelhouder slechts zien of zijn kapitaal in de desbetreffende vennootschap rendabel is geïnvesteerd. Of een goed ondernemingsresultaat rust op de prestaties van het bestuur of op gunstige exogene factoren kan de aandeelhouder niet (althans niet geheel) onderscheiden.2 Vanuit het perspectief van de aandeelhouder is dit niet direct een probleem. De bestuurder ontvangt immers in het ergste geval ten onrechte een hoge(re) bezoldiging als het goed gaat met de aandelenkoers en het dus ook goed gaat met de aandeelhouder (repricing e.d. daargelaten). Voor de bestuurder ligt dit anders.
Om een bestuurder optimaal te motiveren dient, zoals ook Jensen en Murphy stellen, de bezoldiging ‘in the mind of the executive’ gerechtvaardigd zijn. Door aan te sluiten bij de verandering in aandeelhouderswaarde, wordt een belangrijk deel van de bezoldiging onafhankelijk gemaakt van de persoonlijke prestaties van de bestuurder. Hierdoor kan het voorkomen dat juist het tegenovergestelde wordt bewerkstelligd van hetgeen de pay-for-performancebenadering probeert te bereiken. Vanuit het perspectief van de bestuurder is er niets méér demotiverend dan gestraft worden voor iets waar hij geen invloed op heeft. Ondanks het uitmuntend vervullen van zijn functie kunnen de resultaten door exogene krachten dusdanig negatief beïnvloed worden, dat de bestuurder zijn recht op een variabele beloning verliest.3 Zolang de aandelenkoersen stijgen, zal het aansluiten bij de absolute aandeelhouderswaarde wellicht voor weinig problemen zorgen. Indien de aandelenkoersen negatief beïnvloed worden door exogene factoren kan het aansluiten bij de verandering in de aandeelhouderswaarde een demotiverend effect hebben op de bestuurder.
Het belonen vanuit het perspectief van de bestuurder brengt derhalve mee, dat oorzaken die buiten de invloedsfeer van de bestuurder liggen niet moeten worden meegenomen bij het berekenen van de ‘prestatie’. De bestuurder dient dan ook afgerekend te worden op basis van de daadwerkelijk door hem geleverde prestaties, oftewel die prestaties waar hij ook direct invloed op heeft kunnen uitoefenen. Om dit te bewerkstelligen is het noodzakelijk afscheid te nemen van de absolute aandeelhouderswaarde als ultieme prestatie en een bestuurder te vrijwaren van bepaalde risico’s die hij in het verleden nog deelde met de aandeelhouders (en de rest van de stakeholders zoals werknemers, schuldeisers en leveranciers). Voor de toepassing van de pay-for-performancebenadering in de praktijk dient dus een keuze te worden gemaakt die Jensen en Murphy over het hoofd zien: of de bezoldiging is afhankelijk van de absolute toegevoegde aandeelhouderswaarde of de bezoldiging is afhankelijk van prestaties waar de bestuurder daadwerkelijk invloed op kan uitoefenen. Voor beide gaan is niet mogelijk.
Een ander nadeel van het belonen voor de absolute aandeelhouderswaarde is, dat het behaalde rendement wezenlijk kan worden beïnvloed door buitensporig optimistische of pessimistische verwachtingen aan het begin of het einde van een beoordelingsperiode.4 De verwachtingen van bestuurders zijn immers niet alleen op publiekelijk toegankelijke informatie gebaseerd, maar ook op meer gedetailleerde ‘inside information’.5 Hierdoor kan de onderneming in de ogen van de bestuurder over- of ondergewaardeerd zijn. Indien de onderneming in zijn ogen ondergewaardeerd is, zal hij meer geprikkeld worden door een bezoldiging gebaseerd op de absolute ondernemingsprestatie, dan in het geval de onderneming in zijn ogen overgewaardeerd is.