Politiemensen, officieren en rechters over strafrecht
Einde inhoudsopgave
Politiemensen, officieren en rechters over strafrecht (SteR nr. 49) 2020/4.4.0:4.4.0 Introductie
Politiemensen, officieren en rechters over strafrecht (SteR nr. 49) 2020/4.4.0
4.4.0 Introductie
Documentgegevens:
J. Kort, datum 01-03-2020
- Datum
01-03-2020
- Auteur
J. Kort
- JCDI
JCDI:ADS200727:1
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Ook over straffen blijken politiemensen regelmatig in hun opvattingen af te wijken van wat er in het strafrechtelijk vervolg wordt besloten door de officier van justitie of de rechter. Echter, in vergelijking met de manier waarop politiemensen oordelen over voorlopige hechtenis en bewijs, lijken ze zich bij hun oordeel over straffen minder te baseren op concrete zaken. Ze maken bij dit onderwerp tijdens het interview vaker het voorbehoud te spreken over een persoonlijke mening. Deels lijkt de manier waarop politiemensen zich een beeld vormen van de opgelegde straffen vergelijkbaar met de wijze waarop burgers dat vaak doen. Ze volgen de betreffende zaak vaak slechts van een afstand, waren er niet bij betrokken en gaan deels af op wat ze erover uit de massamedia vernemen:
‘Zware delicten, zelf kom ik daarmee niet in aanraking. Dat hoor ik op het nieuws – je krijgt dan niet alle informatie – maar als je dan hoort dat iemand in koelen bloede is vermoord en dat ze daar bijvoorbeeld tien jaar voor krijgen: dat vind ik niks. Zulke gasten mogen van mij levenslang krijgen. Grof gezegd, in sommige gevallen mogen gasten van mij zelfs de doodstraf krijgen. Dan moet het 100% bewezen zijn, maar bij ernstige misdrijven, dan vind ik persoonlijk dat iemand niet het recht heeft om hier nog rond te lopen.’
Veel politiemensen ervaren de in hun ogen te lichte straffen als een bron van frustratie. Slechts een minderheid van de ondervraagde politiemensen is over het geheel genomen positief over de straffen die worden opgelegd. Een deel van de politiemensen constateert dat zware delicten tegenwoordig zwaarder worden gestraft, een ontwikkeling waarover men dan tevreden is. Zo meent een rechercheur mensenhandel:
‘Het is belangrijk dat rechters zich verdiepen in wat zich tussen de oren afspeelt bij de slachtoffers. Je ziet de kentering. In de laatste zaak is vijf jaar opgelegd, de zaak daarvoor ook vijf jaar: die had meerdere vrouwen. (...) De allereerste veroordeling in 2007 was een half jaar gevangenisstraf. Nu zou hij misschien wel twee of drie jaar krijgen.’
Een meerderheid van de ondervraagde politiemensen heeft op verschillende punten moeite met de opgelegde straffen, ook in zaken waaraan ze zelf hebben gewerkt. Ze vinden dat de straffen die worden opgelegd (nog steeds) vaak te laag zijn.
Deels vormen politiemensen zich een beeld over straffen door af te gaan op de verhalen die hierover circuleren onder collega’s. Zo wordt de praktijk van gevangenisstraf niet beoordeeld aan de hand van eigen kennis en observaties van de gang van zaken en situatie in de gevangenis, maar op basis van ‘horen zeggen’. Zo meent een hoofdagent:
‘Je hoort wel op de wandelgangen dat iemand weet ik wat heeft gedaan en als je dan de strafmaat hoort, dan denk je echt jongens: kom op zeg! De strafmaat is te laag in verhouding met wat ze hebben gedaan. Dat is van horen zeggen, want zelf kijk je niet zo gauw in de gevangenis. Maar als je dan ook hoort hoeveel vrijheden ze hebben, dan zeg ik ook: het mag van mij wel wat soberder en simpeler. Je zit er niet voor niks. Daarnaast: de straffen mogen van mij ook flink omhoog.’
De opvattingen van de geïnterviewde politiemensen over straffen spitsen zich toe op een aantal thema’s. Hierna wordt in deze paragraaf ingegaan op achtereenvolgens: recidivisten en veelplegers (4.4.1), minderjarige en jeugdige delinquenten (4.4.2), geweld tegen politiemensen (4.4.3), Mulderfeiten (4.4.4) en taakstraffen (4.4.5). Tot slot wordt ingegaan op opvattingen van politiemensen over de strafdoelen (4.4.6).