Wilsdelegatie in het erfrecht
Einde inhoudsopgave
Wilsdelegatie in het erfrecht (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2014/I.3.5.3.4:I.3.5.3.4 Tussenconclusie
Wilsdelegatie in het erfrecht (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2014/I.3.5.3.4
I.3.5.3.4 Tussenconclusie
Documentgegevens:
mr. N.V.C.E. Bauduin, datum 09-09-2014
- Datum
09-09-2014
- Auteur
mr. N.V.C.E. Bauduin
- JCDI
JCDI:ADS625525:1
- Vakgebied(en)
Erfrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De visie van Breemhaar dat het bepaaldheidsvereiste in verbinding met de hoogstpersoonlijkheid van de uiterste wilsbeschikking tot een verbod van wilsdelegatie leidt, deel ik niet. Het bepaaldheidsvereiste in verbinding met het hoogstpersoonlijk karakter van de uiterste wilsbeschikking zegt in de eerste plaats niets over de mogelijkheid om te delegeren ten aanzien van de werking van een uiterste wilsbeschikking. Het bepaaldheidsvereiste ziet namelijk enkel op de inhoud. Bovendien dient mijns inziens voor de uitleg van het bepaaldheidsvereiste niet gekeken te worden naar het hoogstpersoonlijk karakter van de uiterste wilsbeschikking, maar naar de aard van de tot het gesloten stelsel behorende te onderscheiden soorten uiterste wilsbeschikkingen. Het hoogstpersoonlijk karakter van de uiterste wilsbeschikking betreft namelijk een algemeen formeel geldigheidsvereiste dat geen betrekking heeft op de materiële aard (te weten een eenzijdige rechtshandeling met werking na overlijden) van de tot het gesloten stelsel behorende uiterste wilsbeschikkingen. Zo is de aard van het legaat bijvoorbeeld gelegen in het toekennen van een vorderingsrecht (art. 4:117 BW). Tot welke uitleg van het bepaaldheidsvereiste de aard van te onderscheiden soorten uiterste wilsbeschikkingen leidt, bespreek ik in hoofdstuk 5.