De bezoldiging van bestuurders van beursgenoteerde vennootschappen
Einde inhoudsopgave
De bezoldiging van bestuurders van beursgenoteerde vennootschappen (IVOR nr. 113) 2018/472:472 Aanpassen
De bezoldiging van bestuurders van beursgenoteerde vennootschappen (IVOR nr. 113) 2018/472
472 Aanpassen
Documentgegevens:
mr. E.C.H.J. Lokin, datum 01-04-2018
- Datum
01-04-2018
- Auteur
mr. E.C.H.J. Lokin
- JCDI
JCDI:ADS365394:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Corporate governance
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Een voorvraag die de wetgever achterwege heeft gelaten is of aanpassing van een bonus uitblijft omdat de aanpassingsbevoegdheid niet duidelijk is of omdat een eenzijdige aanpassing van de bonus zelden wordt gehonoreerd. Naar mijn mening is het gesignaleerde ‘probleem’ namelijk een gevolg van de hoge drempel die wordt opgeworpen om tot aanpassing over te gaan. Door aan te sluiten bij de strenge maatstaf van art. 6:248 lid 2 BW lijkt de kans dat succesvol een beroep kan worden gedaan op art. 2:135 lid 6 BW verwaarloosbaar. Uiteraard is het aan de rechter om invulling te geven aan art. 2:135 lid 6 BW. De hoop dat een rechter in ruime zin zal oordelen dat het uitkeren van de bonus op basis van de redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is, is mijns inziens ijdel. De verwachting is dan ook dat lid 6, zelfs als de raden van commissarissen zich meer bewust zijn van de hun toekomende bevoegdheid, niet veel zal opleveren. Op grond hiervan heeft art. 2:135 lid 6 BW in zijn huidige vorm naast art. 6:248 lid 2 BW mijns inziens geen bestaansrecht.