Verbod en evenredigheid in het intellectuele-eigendomsrecht
Einde inhoudsopgave
Verbod en evenredigheid in het intellectuele-eigendomsrecht (O&R nr. 150) 2024/3.3.2:3.3.2 Doelstellingen
Verbod en evenredigheid in het intellectuele-eigendomsrecht (O&R nr. 150) 2024/3.3.2
3.3.2 Doelstellingen
Documentgegevens:
mr. P. Teunissen, datum 01-02-2024
- Datum
01-02-2024
- Auteur
mr. P. Teunissen
- JCDI
JCDI:ADS955571:1
- Vakgebied(en)
Intellectuele-eigendomsrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Wissink 2001, p. 25.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Uit art. 288 VWEU volgt dat een richtlijn verbindend is ten aanzien van het te bereiken resultaat waarvoor zij bestemd is, met dien verstande dat nationale instanties de bevoegdheid toekomt om de daartoe bestemde vorm en middelen te kiezen. Het te bereiken resultaat kan van zowel feitelijke als juridische aard zijn. Vaststelling van de inhoud van de resultaatsverplichting vindt plaats aan de hand van het doel en het toepassingsbereik van de richtlijn. Uit deze componenten blijkt dus de omvang van de tot stand gebrachte harmonisatie en de mate waarin het nationale recht mag afwijken van het geregelde. Deze inhoudsbepaling is vervolgens van belang voor de uitleg en toepassing van richtlijnbepalingen en de daarmee samenhangende uitlegverplichting van de nationale rechter.1
3.3.2.1 Hoog, gelijkwaardig en homogeen beschermingsniveau3.3.2.2 Een evenwichtig stelsel van rechtshandhaving