NJB 2022/1291
Verschoningsrecht voor in Nederland of elders ingeschreven advocaat die in dienst is van werkgever: ook in strafzaken geldt dat aan een advocaat het verschoningsrecht niet kan worden ontzegd op de enkele grond dat hij in dienstbetrekking is. Wel zal moeten blijken dat ten aanzien van de praktijkuitoefening door bedoelde advocaat de waarborgen in acht zijn genomen met betrekking tot een onafhankelijke praktijkuitoefening en de ongestoorde naleving van de beroeps- en praktijkregels. De Hoge Raad zet de voorwaarden en beperkingen die daarbij voor zulke advocaten gelden gedetailleerd uiteen. Reikwijdte verschoningsrecht: een advocaat komt een verschoningsrecht toe met betrekking tot de wetenschap die hij in de normale uitoefening van zijn beroep heeft verkregen, dat wil zeggen wat hem is toevertrouwd in het kader van zijn juridische dienstverlening aan een rechtzoekende die zich tot hem heeft gewend vanwege zijn hoedanigheid van advocaat. Dit geldt onverkort als het gaat om een in Nederland of elders ingeschreven advocaat die in dienst is van een werkgever en binnen dat dienstverband uitsluitend optreedt voor die werkgever of in de groep met de werkgever verbonden rechtspersonen. Beslagbeklag art. 552a Sv tegen een beschikking die is gegeven in een beklagprocedure voor verschoningsgerechtigden in de zin van art. 98 lid 4 Sv: deze beklagprocedure betreft de behandeling van een klaagschrift dat is ingediend door een persoon met bevoegdheid tot verschoning en dat zich richt tegen een door de rechtercommissaris op grond van art. 98 lid 3 Sv gegeven beschikking. Art. 98, 552a en 552d Sv voorzien in de alsdan te volgen procesgang. De Hoge Raad zet de hoofdlijnen van deze procedure uiteen. Op grond van art. 552d Sv kan tegen ‘een beschikking ingevolge artikel 552a’ door het openbaar ministerie en door de klager beroep in cassatie worden ingesteld. De Hoge Raad zet uiteen wat onder ‘een beschikking ingevolge art. 552a’ moet worden verstaan. In casu houdt de beschikking van de rechtbank niet een beslissing van de beklagrechter in. De beschikking van de rechtbank is te beschouwen als een tussenbeschikking. Art. 552d Sv noch een andere wetsbepaling voorziet in afzonderlijk cassatieberoep tegen een tussenbeschikking zoals die in deze zaak is gegeven.
HR 24-05-2022, ECLI:NL:HR:2022:760
- Instantie
Hoge Raad (Strafkamer)
- Datum
24 mei 2022
- Magistraten
Mrs. V. van den Brink, Y. Buruma, A.L.J. van Strien, M.J. Borgers, A.E.M. Röttgering
- Zaaknummer
21/01227 Bv
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Strafrecht algemeen (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2022:760, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 24‑05‑2022
ECLI:NL:PHR:2022:62, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 25‑01‑2022
- Wetingang
Essentie
Verschoningsrecht voor in Nederland of elders ingeschreven advocaat die in dienst is van werkgever: ook in strafzaken geldt dat aan een advocaat het verschoningsrecht niet kan worden ontzegd op de enkele grond dat hij in dienstbetrekking is. Wel zal moeten blijken dat ten aanzien van de praktijkuitoefening door bedoelde advocaat de waarborgen in acht zijn genomen met betrekking tot een onafhankelijke praktijkuitoefening en de ongestoorde naleving van de beroeps- en praktijkregels. De Hoge Raad zet de voorwaarden en beperkingen die daarbij voor zulke advocaten gelden gedetailleerd uiteen. Reikwijdte verschoningsrecht: een advocaat komt een verschoningsrecht toe met betrekking tot de ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.