Niet-betaling in de btw
Einde inhoudsopgave
Niet-betaling in de btw (FM nr. 152) 2018/6.3.2.2.3:6.3.2.2.3 Tot slot
Niet-betaling in de btw (FM nr. 152) 2018/6.3.2.2.3
6.3.2.2.3 Tot slot
Documentgegevens:
dr. mr. B.G.A. Heijnen, datum 01-03-2018
- Datum
01-03-2018
- Auteur
dr. mr. B.G.A. Heijnen
- JCDI
JCDI:ADS499147:1
- Vakgebied(en)
Invordering / Algemeen
Omzetbelasting / Algemeen
Europees belastingrecht / Belastingen EU
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Ik kom daarmee aan het slot van mijn relaas. Uit bovenstaande volgt dat in verband met de mogelijkheid tot verhaal op de faillissementsboedel schulden kunnen worden onderverdeeld in een drietal categorieën:
Faillissementsschulden.
Niet-verifieerbare schulden, niet zijnde boedelschulden.
Niet-verifieerbare schulden, zijnde boedelschulden.
Het onderscheid tussen categorie 1 en categorie 2 moet worden gevonden in het ontstaansmoment van een schuld. Is een schuld ontstaan vóór faillissement, dan is sprake van een faillissementsschuld. Is een schuld ontstaan door of eerst ná faillissement, dan is sprake van een niet-verifieerbare schuld. Dit is anders wanneer deze schuld is ontstaan uit een bestaande rechtsverhouding of kwalificeert als boedelschuld. Wat betreft deze laatste categorie kan vervolgens eveneens een onderverdeling worden gemaakt naar drie (sub)categorieën:
Boedelschulden die zijn ontstaan uit de wet.
Boedelschulden die door de curator in zijn hoedanigheid zijn aangegaan, dat wil zeggen: de curator een schuld op zich neemt, doordat zijn wil daarop gericht is.
Boedelschulden die het gevolg zijn van een handelen van de curator in strijd met een door hem in zijn hoedanigheid na te leven verbintenis of verplichting.
Voor iedere schuld in faillissement moet worden beoordeeld onder welke categorie deze kan worden geschaard, teneinde de verhaalspositie van de betreffende crediteur te kunnen vaststellen. Zo ook wat betreft de ‘correctie vooraftrek’. Alles overwegende meen ik dat voor de privaatrechtelijke kwalificatie van de herzieningsverplichting aansluiting moet worden gezocht bij het fiscale (materiële) ontstaansmoment. Dit (dynamische) ontstaansmoment zal veelal zijn ‘aangebroken’ voorafgaand aan het uitspreken van een faillissement. Derhalve zal de Belastingdienst veelal als faillissementsschuldeiser moeten opkomen. Slechts in bijzondere situaties zou de Belastingdienst zijn vordering als boedelcrediteur te gelde moeten maken.