Beleidsbepaling en aansprakelijkheid
Einde inhoudsopgave
Beleidsbepaling en aansprakelijkheid (VDHI nr. 170) 2021/4.2.2:4.2.2 Leidinggeven in het strafrecht
Beleidsbepaling en aansprakelijkheid (VDHI nr. 170) 2021/4.2.2
4.2.2 Leidinggeven in het strafrecht
Documentgegevens:
mr. J.E. van Nuland, datum 21-09-2020
- Datum
21-09-2020
- Auteur
mr. J.E. van Nuland
- JCDI
JCDI:ADS254332:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Stb. 1976, 377.
Voor een beknopt historisch overzicht zie Doorenbos 2015, p. 305-307.
Stb. 2016, 205; deze bepaling is ingevoerd ter gelegenheid van onder meer de wijziging van Sr met het oog op het verbeteren van de mogelijkheden tot opsporing en vervolging, alsmede het voorkomen van faillissementsfraude (herziening strafbaarstelling faillissementsfraude).
Men pleegt dergelijke bepalingen ook wel aan te duiden als kwaliteitsdelicten.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Bepalingen en definities omtrent het feitelijk leidinggeven aan rechtspersonen of andere entiteiten, kunnen ook buiten het civiele aansprakelijkheidsrecht worden gezocht. In het strafrecht heeft men lange tijd geworsteld met het daderschap van rechtspersonen en was van oudsher het uitgangspunt dat strafrechtelijke vervolging jegens de bestuurders werd ingesteld. Enkel het handelen van de natuurlijk persoon kon aanvankelijk onderwerp zijn van de strafvervolging. Inmiddels worden rechtspersonen ook in het strafrecht met natuurlijke personen gelijkgesteld. Artikel 51 Sr bepaalt dat strafbare feiten kunnen worden begaan door natuurlijke personen en rechtspersonen (lid 1).1 Naast de rechtspersoon kunnen nog steeds de leidinggevenden worden vervolgd.2 Ingevolge het tweede lid kan de strafvervolging, indien een strafbaar feit wordt begaan door een rechtspersoon, worden ingesteld en kunnen de in de wet voorziene straffen en maatregelen, indien zij daarvoor in aanmerking komen, worden uitgesproken tegen die rechtspersoon, dan wel tegen hen die tot het feit opdracht hebben gegeven, alsmede tegen hen die feitelijk leiding hebben gegeven aan de verboden gedraging of tegen de rechtspersoon en de opdrachtgever/feitelijk leidinggevende gezamenlijk.3 Naast artikel 51 Sr bepaalt artikel 348a lid 1 Sr dat onder bestuurder van een rechtspersoon voor de toepassing van bepalingen omtrent de ‘benadeling van schuldeisers of rechthebbenden’ mede worden begrepen ‘zij die feitelijk optreden als bestuurder van een rechtspersoon’.4 De bepalingen 342, 343, 344a. 344b, 345 en 347 Sr in deze titel over gevallen van (faillisements)fraude richten zich mede rechtstreeks tot bestuurders (en commissarissen).5
4.2.2.1 Artikel 51 Sr4.2.2.2 Artikel 348a Sr