Beheer van familievermogen door middel van certificering
Einde inhoudsopgave
Beheer van familievermogen door middel van certificering (AN nr. 185) 2024/5.5.2.2:5.5.2.2 Invloed vanuit de certificaathouder als testateur
Beheer van familievermogen door middel van certificering (AN nr. 185) 2024/5.5.2.2
5.5.2.2 Invloed vanuit de certificaathouder als testateur
Documentgegevens:
mr. A.M. Steegmans, datum 01-02-2024
- Datum
01-02-2024
- Auteur
mr. A.M. Steegmans
- JCDI
JCDI:ADS957918:1
- Vakgebied(en)
Personen- en familierecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Door middel van het opstellen van een uiterste wil kan de certificaathouder beïnvloeden bij wie de certificaten na zijn overlijden terechtkomen. In zijn uiterste wil kan de certificaathouder verschillende soorten uiterste wilsbeschikkingen opnemen. Er bestaat een gesloten stelsel van uiterste wilsbeschikkingen. Art. 4:42 lid 1 BW geeft daarover aan dat gebruik kan worden gemaakt van de uiterste wilsbeschikkingen die in Boek 4 BW zijn geregeld ofwel van uiterste wilsbeschikkingen die in de wet als zodanig worden aangemerkt. De keuze voor de soort uiterste wilsbeschikkingen en de exacte inhoud ervan is van meerdere factoren afhankelijk. De motieven van de certificaathouder spelen hier onder meer een rol. In dit onderzoek wordt expliciet ingegaan op het motief van de certificaathouder om het economisch belang bij de aandelen binnen een familie te houden. Andere motieven zijn bijvoorbeeld het verzorgd achterlaten van een partner, het gelijkwaardig verdelen van vermogen tussen verschillende afstammelingen of het buiten de deur houden van een ‘zwart’ schaap. Een samenloop van verschillende motieven is ook denkbaar. Naast de motieven die de certificaathouder in zijn uiterste wil wil laten terugkomen, hebben de fiscale gevolgen van mogelijke uiterste wilsbeschikkingen invloed op de keuze. Daarnaast kunnen bij de keuze voor bepaalde uiterste wilsbeschikkingen eventuele aanspraken van legitimarissen een rol spelen. Wat de specifieke combinatie van motieven ook is, gesteld kan worden dat de certificaathouder door middel van zijn uiterste wil invloed kan uitoefenen op het behoud van het economisch belang van het vermogen in de familie.
In de volgende paragrafen worden enkele uiterste wilsbeschikkingen die de certificaathouder kan opnemen algemeen besproken. Er zijn talloze variaties mogelijk van combinaties van uiterste wilsbeschikkingen om aan de verschillende doelstellingen te kunnen voldoen. Er worden daarom slechts enkele algemene combinaties besproken. Daarbij wordt ingegaan op acties die ondernomen kunnen worden door nabestaanden die het niet met de uiterste wil van de erflater eens zijn. Ook komt aan de orde op welke momenten er een botsing tussen het ondernemingsrecht en erfrecht plaatsvindt, in die zin dat de uiterste wil van de certificaathouder in verband met ondernemingsrechtelijke bepalingen niet zomaar tot uitvoering kan worden gebracht.
5.5.2.2.1 Erfstelling ten behoeve van de opvolgend certificaathouder5.5.2.2.2 Legaat ten behoeve van de opvolgend certificaathouder5.5.2.2.3 Verdergaande invloed van de certificaathouder na zijn overlijden5.5.2.2.4 Beperkingen testeervrijheid certificaathouder