Niet-betaling in de btw
Einde inhoudsopgave
Niet-betaling in de btw (FM nr. 152) 2018/6.3.5:6.3.5 Tussenconclusie inhoud van de bepaling
Niet-betaling in de btw (FM nr. 152) 2018/6.3.5
6.3.5 Tussenconclusie inhoud van de bepaling
Documentgegevens:
dr. mr. B.G.A. Heijnen, datum 01-03-2018
- Datum
01-03-2018
- Auteur
dr. mr. B.G.A. Heijnen
- JCDI
JCDI:ADS493048:1
- Vakgebied(en)
Invordering / Algemeen
Omzetbelasting / Algemeen
Europees belastingrecht / Belastingen EU
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Net als de herzieningsregeling aan de zijde van de leverancier heeft de herzieningsregeling aan de zijde van de afnemer met ingang van 1 januari 2017 een ingrijpende metamorfose ondergaan. Hoewel met betrekking tot de ‘correctie vooraftrek’ (art. 29 lid 7 Wet OB 1968) enkele inhoudelijke veranderingen zijn doorgevoerd, zit de grootste wijziging in de introductie van een correctie op de correctie bij een ‘betaling alsnog’ (art. 29 lid 8 Wet OB 1968). Qua inhoud heb ik vier aspecten van de regeling voor onbetaalde schulden uitgelicht. Als eerste ben ik ingegaan op de aard van de regeling. Ik heb vastgesteld dat de regeling voor onbetaalde schulden grotendeels overlapt met die voor oninbare vorderingen. Als tweede heb ik het ontstaansmoment van de ‘correctie vooraftrek’ onder een vergrootglas gelegd. Ik kom tot de conclusie dat het redelijkheidscriterium nog steeds van toepassing moet worden geacht. Na een wandeling door het civiele recht kan voorts worden geconcludeerd dat de ‘correctie vooraftrek’ in faillissement veelal een faillissementsschuld oplevert. Voorts heb ik kritiek geuit op het fatale karakter van de éénjaarstermijn. Als derde heb ik stilgestaan bij de omvang van de herzieningsverplichting. Het bepalen hiervan kan (zeker bij insolventie van de afnemer) tot de nodige hoofdbrekens leiden. Ik heb stilgestaan bij de ins en outs rondom het schuldeisersakkoord en het verbindend worden van de slotuitdelingslijst. Daarbij is niet alleen gekeken naar de positie van de debiteur; ook de positie van de Belastingdienst is in ogenschouw genomen. Ik heb tevens aandacht besteed aan de oproep vanuit het bedrijfsleven om de regeling verder te vereenvoudigen (al zal (ook) dit geen eenvoudige exercitie zijn). Als vierde, en tot slot, heb ik de correctie op de correctie behandeld. Hierbij ben ik onder meer ingegaan op de systematiek.