Einde inhoudsopgave
De bezoldiging van bestuurders van beursgenoteerde vennootschappen (IVOR nr. 113) 2018/110
110 Een deel van een deel van een deel van een deel
mr. E.C.H.J. Lokin, datum 01-04-2018
- Datum
01-04-2018
- Auteur
mr. E.C.H.J. Lokin
- JCDI
JCDI:ADS367825:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Corporate governance
Voetnoten
Voetnoten
Bij intrinsieke motivatie komt de motivatie vanuit de persoon zelf vanwege de intrinsieke waarde van de activiteit of handeling. Bij extrinsieke motivatie komt de motivatie vanuit een externe bron, zoals het vooruitzicht op een beloning of straf.
Hier kan tegenin worden gebracht dat veel andere extrinsieke prikkels zoals status tevens afhankelijk zijn van hoeveel een bestuurder verdient. De hoogte van de status van een bestuurder is echter niet alleen afhankelijk van zijn inkomen, maar tevens van andere factoren zoals de prestaties van de onderneming, de hoeveelheid nevenfuncties die hij vervult, etc. Cools 2005, p. 92.
Cools 2005, p. 92.
Om de werking van financiële prikkels beter te kunnen begrijpen is het goed te beseffen waar prestatiebeloning invloed op uitoefent. Het doel van prestatiebeloning is het optimaal laten presteren van de bestuurder voor het succes van de onderneming. Een optimale prestatie wordt bepaald door het kunnen en willen; door de talenten, de invloed en de motivatie van de bestuurder. Prestatiebeloning heeft alleen effect op de motivatie van de bestuurder, niet op zijn talenten of zijn invloed-rijkheid.
Wat de motivatie van de bestuurder betreft is het van belang onderscheid te maken tussen intrinsieke en extrinsieke motivatie.1 Prestatiebeloning ziet immers slechts op een deel van de motivatie, namelijk op de extrinsieke motivatie. En ook met betrekking tot de extrinsieke prikkels die een bestuurder aan moeten zetten om optimaal te presteren, ziet prestatiebeloning slechts op een deel van deze prikkels. Andere extrinsieke prikkels, zoals macht en status bepalen wel de motivatie, maar staan los van prestatiebeloning.2
De financiële prikkel voor een bestuurder bestaat uit een vast en een variabel inkomen. De mix van onder meer talent, risicohouding, reeds verworven vermogen en de mate van variabele beloning bepaalt de voorkeur en gevoeligheid van de desbetreffende bestuurder voor zijn prestatiebeloning. Resumerend betreft prestatiebeloning dus slechts een deel (het prestatiegerelateerde inkomen) van een deel (de financiële prikkel) van een deel (de extrinsieke motivatie) van een deel (de motivatie) van hetgeen de bestuurder aanzet tot een optimale prestatie.3