BNB 2026/79
Verdeling heffingsbevoegdheid pensioen. Drempelbedrag. Geen vergoeding belastingrente bij verrekening van voorheffingen
HR 13-03-2026, ECLI:NL:HR:2026:395, m.nt. P. Kavelaars
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
13 maart 2026
- Magistraten
Mrs. Van Eijsden, Feteris, Boerlage, Van der Voort Maarschalk, Peters; A-G Ettema
- Zaaknummer
23/01000
- Noot
P. Kavelaars
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:BSD107693:1
- Vakgebied(en)
Internationaal belastingrecht (V)
Internationaal belastingrecht / Heffingsbevoegdheid
Internationaal belastingrecht / Belastingverdragen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2026:395, Uitspraak, Hoge Raad, 13‑03‑2026
Beroepschrift, Hoge Raad, 13‑03‑2026
ECLI:NL:PHR:2023:1210, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 22‑12‑2023
- Wetingang
Essentie
Verdeling heffingsbevoegdheid pensioen. Drempelbedrag. Geen vergoeding belastingrente bij verrekening van voorheffingen
Samenvatting
Belanghebbende woonde in de jaren 2014 tot en met 2017 in België. In die periode genoot hij een pensioen uit Nederland, opgebouwd vanwege een dienstbetrekking in Nederland. Daarnaast ontving belanghebbende lijfrente-uitkeringen van een Nederlandse verzekeringsmaatschappij. Hierop is loonbelasting ingehouden. Met betrekking tot de opbouw van het pensioen en de lijfrente heeft fiscale faciliëring in Nederland plaatsgevonden. Over een deel van het pensioen is in België personenbelasting geheven tegen het reguliere progressieve tarief. Het resterende deel van het pensioen is in België belast als lijfrente. In het Belastingverdrag ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.