Politiemensen, officieren en rechters over strafrecht
Einde inhoudsopgave
Politiemensen, officieren en rechters over strafrecht (SteR nr. 49) 2020/8:8 Verklaring voor verschillen en overeenkomsten in opvattingen
Politiemensen, officieren en rechters over strafrecht (SteR nr. 49) 2020/8
8 Verklaring voor verschillen en overeenkomsten in opvattingen
Documentgegevens:
J. Kort, datum 01-03-2020
- Datum
01-03-2020
- Auteur
J. Kort
- JCDI
JCDI:ADS200751:1
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In dit hoofdstuk wordt deelvraag 4 van dit onderzoek van een antwoord voorzien: ‘Welke verklaringen kunnen worden gegeven voor de opvattingen die politiemensen, officieren van justitie en rechters hebben over het functioneren van het strafrecht?’
In voorgaande hoofdstukken kwam reeds naar voren dat sommige opvattingen over het strafrecht slechts in beperkte mate samenhangen met de drie onderzochte instituties – de politie, het OM en de rechter – in het strafrechtsysteem. Zo hebben politiemensen en rechters, mogelijk tegen de verwachting in, deels overeenkomstige opvattingen. Dit hoofdstuk moet dan ook nader verklaren hoe politiemensen, officieren van justitie en rechters tot verschillende, maar soms ook tot verrassend overeenkomstige opvattingen over het strafrecht komen. Het beantwoorden van bovenstaande verklaringsvraag zal zich daarom moeten richten op twee deelvragen. Ten eerste, waardoor verschillen opvattingen in de drie onderzochte groepen? Ten tweede is de vraag waardoor overeenkomsten tussen opvattingen in deze groepen worden veroorzaakt. Hierop wordt ingegaan in respectievelijk §8.1 en §8.2. Tot slot volgt in §8.3 een korte samenvatting van dit hoofdstuk.
8.1 Verklaringen voor verschillen tussen de groepen8.2 Verklaringen voor overeenkomsten in opvattingen8.3 Tot slot