Einde inhoudsopgave
Acting in concert-regeling inzake verplicht bod op effecten (VDHI nr. 136) 2016/8.5.3.8
8.5.3.8 Stichting belangenbehartiging
J.H.L. Beckers, datum 01-01-2016
- Datum
01-01-2016
- Auteur
J.H.L. Beckers
- JCDI
JCDI:ADS371151:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
Voetnoten
Voetnoten
HR 18 april 2003, JOR 2003/110 m.nt. Blanco Fernández (RNA), conclusie AG, nr. 3.57.
HR 18 april 2003, JOR 2003/110 m.nt. Blanco Fernández (RNA), r.o. 3.16-18.
De OK oordeelde weliswaar dat Stichting SBBR niet als “stro-stichting” kon worden gezien, maar wel dat de financiële steun van RNA “in de wetenschap dat SBBR een haar welgevallig standpunt zou verdedigen in een te verwachten proxy fight” in strijd met elementaire beginselen van verantwoorde ondernemerschap heeft gehandeld (OK 22 maart 2002, JOR 2002/82 m.nt. Van den Ingh, r.o. 3.13).
Vormt het lobbyen bij aandeelhouders om een onwelkome bieder buiten de deur te houden defensief acting in concert? Hierbij kan worden gedacht aan het ter beschikking stellen van faciliteiten aan aandeelhouders hangende een bod in de wetenschap dat die zullen worden gebruikt voor een eendrachtig optreden tegen de bieder. Deze vraag rijst naar aanleiding van de strijd om RNA waarbij het bestuur een stichting (SBBR) in het leven had geroepen om een stem te geven aan de vele kleine aandeelhouders die naar het oordeel van directie en commissarissen rechtstreeks geraakt zouden worden door implementatie van de plannen van een grootaandeelhouder. Dat stem geven betrof mee procederen in een door Westfield aangespannen enquête en ondersteuning in openbare vergaderingen, aldus AG Timmerman.1 De Hoge Raad zag geen strijd met het gelijkheidsbeginsel of wanbeleid in het feit dat RNA activiteiten ondersteunde die er op gericht waren de oordeelsvorming van deze aandeelhouders te bundelen en te ondersteunen om hen aldus in staat te stellen gezamenlijk aan de besluitvorming in de algemene vergadering van aandeelhouders deel te nemen. Bovendien, zo overwoog de Hoge Raad verder, is voorzover de financiële bijdrage mede is verstrekt in de verwachting dat de gezamenlijk optredende aandeelhouders het standpunt van het bestuur in de algemene vergadering van aandeelhouders zouden ondersteunen, hierin geen ongeoorloofde bevoordeling van die aandeelhouders gelegen maar een niet ongeoorloofde poging van het bestuur de eigen positie te versterken.2
Dit is niet de plaats om het gehele feitencomplex te analyseren. Ik ben echter met de OK3, de AG en annotator Blanco Fernández van mening dat over de intenties van RNA bij het oprichten van de stichting ook anders gedacht had kunnen worden. Wanneer in een voorkomend geval vast komt te staan dat de stichting geen ander doel had dan het mobiliseren van aandeelhouders tegen een ongewenste bieder, ontstaat er mijns inziens mogelijk een biedplicht. Dat lijkt te meer zo in het geval de vennootschap met aandeelhouders in dat kader overeen komt dat laatstgenoemden hun aandelen niet zullen aanbieden (§ 8.5.3.7).