Einde inhoudsopgave
Vijandige overnames (IVOR nr. 79) 2010/7.3.1
7.3.1 Inleiding
mr. M.J. van Ginneken, datum 23-11-2010
- Datum
23-11-2010
- Auteur
mr. M.J. van Ginneken
- JCDI
JCDI:ADS615383:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Art. 2:117 lid 1 BW. Lid 1 spreekt van een schriftelijke gevolmachtigde. Een elektronische volmacht kan sinds de implementatie Europese richtlijn inzake elektronische handel in 2004 ook. Dit werd opgenomen in een nieuw lid 5 bij art. 2:117 BW, waarin expliciet werd gemaakt dat een elektronisch, via internet, afgegeven volmacht (steminstructie) geldig is. Zie Aanpassingswet richtlijn inzake elektronische handel, Staatsblad 2004, 210 en Besluit inzake tijdstip inwerkingtreding Aanpassingswet richtlijn inzake elektronische handel, Staatsblad 2004, 285. Inmiddels is dit lid 6 geworden, zie art. 2:117 lid 6 BW. ook. Op grond van art. 2:117 lid 6 BW wordt aan de eis van schriftelijkheid van de volmacht voldaan indien de elektronisch is vastgelegd.
Art. 2:120 lid 1 BW.
Alleen bij besluiten over de beperking of uitsluiting van het voorkeursrecht (art. 2:96a lid 7 BW), en bij een besluit tot kapitaalvermindering (art. 2:99 lid 6 BW) schrijft de wet voor dat het besluit met een versterkte meerderheid wordt genomen.
Van Schilfgaarde/Winter (2009), p. 218.
Art. 2:120 lid 2 BW.
Alleen de artikelen 2:114 BW (over besluiten over onderwerpen die niet in de oproep voor de vergadering vermeld zijn), 2:115 BW (over besluiten op vergaderingen waarvan de oproeping niet met inachtneming van de juiste termijn is geschied), 2:116 BW (over besluiten op een vergadering die in een andere gemeente gehouden wordt dan op grond van de wet of statuten behoort), 2:121 BW (over besluiten tot statutenwijziging terwijl de statuten statutenwijzigingen uitsluiten) en 2:123 BW (over besluiten tot statutenwijziging terwijl de statutenwijziging in de oproeping niet als onderwerp van de vergadering genoemd is), stellen de eis dat het hele geplaatste aandelenkapitaal op de vergadering vertegenwoordigd is, om deze besluiten te kunnen nemen.
Daarnaast bieden beschermingsconstructies uiteraard ook bescherming tegen vijandige overnames. Zie hierover § 2.3.
Zie Van de Vijver (1980), p. 213 e.v.
Zie o.a. het rapport van de Commissie Corporate Govemance, Corporate Govemance in Nederland, De veertig Aanbevelingen, 1997, p. 26, waar wordt gepleit voor de invoering van een systeem van proxy solicitation.
Zie Van de Vijver (1980), p. 225.
Zie over proxy voting in Nederland Winter (1998), Winter & Van Ginneken (2000), Winter & Van Ginneken (2009), Verdam (2004a) en Verdam (2004b).
Zie het rapport van de Commissie Corporate Govemance, Corporate Governance in Nederland, De Veertig Aanbevelingen, 25 juni 1997, p. 26.
Zie kabinetsreactie op het rapport van de Commissie Corporate Govemance, De NV 76 (1998), nr. 5, p. 119-123.
Zie Code (2003), p. 57-58 (nr. 50 t/m 53 van de verantwoording) en p. 63-64 (nr. 6 t/m 8 van de aanbevelingen aan de wetgever). In de ter consultatie gepubliceerde concept-code beval de commissie vennootschappen nog aan om — nadat de wetgever dit mogelijk had gemaakt haar aandeelhouders de mogelijkheid te bieden op afstand te stemmen, stemvolmachten en steminstructies te werven. Deze zijn in de definitieve Code geschrapt omdat deze bepalingen niet konden worden nageleefd voordat de wetgever een en ander zou hebben gefaciliteerd. De aanbevelingen aan de wetgever om dit te doen bleven in stand.
Ook in Nederland komt de besluitvorming in de ava tot stand doordat aandeelhouders gebruik maken van hun stemrecht. Aandeelhouders kunnen hun stemrecht persoonlijk uitoefenen of zich laten vertegenwoordigen door een gevolmachtigde.1 Besluiten worden in principe genomen met een volstrekte meerderheid van de uitgebrachte stemmen, tenzij de wet of statuten anders bepalen.2 De wet schrijft slechts zelden een versterkte meerderheid voor.3 In de praktijk komt het wel veel voor dat statuten eisen dat statutenwijzigingen, fusies en andere belangrijke besluiten met een twee derde of driekwart meerderheid moeten worden genomen.4
Aan de besluitvorming in de ava worden in principe geen quorumvereisten gesteld. Een quorumvereiste houdt in dat de geldigheid van door de ava genomen besluiten afhankelijk is van de aanwezigheid of vertegenwoordiging van een bepaald gedeelte van het uitstaande aandelenkapitaa1.5 De wet stelt maar in een klein aantal gevallen een quorumvereiste,6 en ook in de statuten van vennootschappen komen quorumvereisten relatief weinig voor. Het gevolg hiervan is dat de ava in Nederland in de meeste gevallen rechtsgeldige besluiten kan nemen ondanks het feit dat maar een relatief klein gedeelte van het uitstaande aandelenkapitaal op de vergadering aanwezig of vertegenwoordigd is. Aandeelhoudersabsenteïsme is in Nederlandse vennootschappen dan ook een bekend verschijnsel. In de praktijk komen maar relatief weinig aandeelhouders naar vergaderingen al dan niet bij volmacht. Veel aandeelhouders zijn beleggers die hun aandelen zien als een financiële belegging en minder zijn geïnteresseerd in de zeggenschapsrechten die aan het aandeelhouderschap zijn verbonden. Zij hebben er over het algemeen geen behoefte aan om zich te bemoeien met vennootschappelijke aangelegenheden zoals het beleid en de samenstelling van het bestuur. Het gaat deze beleggers niet om hun stemrecht maar om hun recht op dividend en eventuele stijging van de beurskoers. Als de gang van zaken binnen de vennootschap hun niet bevalt zullen zij hun aandelen verkopen. Zij zullen zich in de regel dus ook niet met een verbetering van het vennootschapsbeleid bezig houden. Er is wel een stijging van de opkomst waar te nemen, maar toch is bij Nederlandse vennootschappen aandeelhoudersabsenteïsme eerder regel dan uitzondering. Aandeelhoudersabsenteïsme kan het besturen van een vennootschap bemoeilijken. Als maar een klein gedeelte van het geplaatst kapitaal is vertegenwoordigd, is het mogelijk om met een relatief beperkt aantal aandelen de besluitvorming van de ava te beïnvloeden. Het gevaar van aandeelhoudersabsenteïsme is dan ook dat een relatief kleine groep wisselende aandeelhouders belangrijke besluiten min of meer willekeurig kunnen beïnvloeden. Nederlandse vennootschappen hebben als reactie op dit risico van oudsher gebruik gemaakt van bepaalde beschermingsconstructies. Deze beschermingsconstructies zorgen ofwel voor een consistente besluitvorming in de ava, ofwel voor een inperking van de invloed van de ava, zodat wisselvallige besluitvorming minder gevolgen heeft (deze laatste worden ook wel oligarchische regelingen genoemd).7
Een oplossing voor het aandeelhoudersabsenteïsme kan ook worden gezocht in het actief verwerven van volmachten. Dit fenomeen is in Nederland, in tegenstelling tot de VS, relatief onbekend. In 1980 besteedde de Shell-jurist Van de Vijver in de NGB lustrumbundel van dat jaar bij mijn weten voor het eerst in de Nederlandse rechtsliteratuur uitgebreid aandacht aan het Amerikaanse fenomeen proxy solicitation.8 Sindsdien is er in Nederland op dit gebied veel gebeurd. Na ongeveer 15 jaar van relatieve rust heeft het onderwerp vanaf de tweede helft van de jaren '90 in een toenemende belangstelling gestaan. Deze belangstelling is een logisch gevolg van de discussies over beschermingsconstructies en corporate governance, waarmee het onderwerp proxy solicitation duidelijke raakvlakken heeft.9 Het gaat om de participatie van aandeelhouders in de ava en houdt derhalve direct verband met het functioneren van de vergadering als besluitvormend orgaan. Proxy solicitation is in Nederland theoretisch mogelijk. Er zijn geen wettelijke belemmeringen die het op grote schaal verwerven van volmachten onmogelijk maken. Er bestaan in Nederland ook geen specifieke regels over actieve volmachtverwerving. Nergens in de wet of in de beursregels wordt het onderwerp geregeld. Hieruit kan men concluderen dat het verwerven van volmachten in principe is toegestaan. Besturen of aandeelhouders die volmachten willen verwerven zullen zich slechts behoeven te richten naar wat de redelijkheid en billijkheid hun in het algemeen voorschrijft.10 Daarnaast zal uiteraard iedereen die volmachten verwerft de marktpi isbruikregels en art. 6:162 BW moeten naleven.11 Ondanks het feit dat het is toegestaan komt proxy solicitation, zoals dat in de VS bestaat, in Nederland nauwelijks voor. Dit komt door een aantal praktische en juridische problemen. Een belangrijk probleem is dat vennootschappen hun aandeelhouders in principe niet kennen en dus ook niet kunnen bereiken. Om dit op te lossen is in 1997 een proefproject gestart van een elftal beursgenoteerde ondernemingen, dat mede ten doel heeft via het Communicatiekanaal Aandeelhouders een systeem van 'stemmen op afstand' in Nederland mogelijk te maken. Door middel van het Communicatiekanaal Aandeelhouders wordt sinds het vergaderseizoen 2000 op bescheiden schaal bij een aantal Nederlandse beursvennootschappen daadwerkelijk op afstand gestemd.12 Van de mogelijkheid van het verwerven van volmachten wordt al lange tijd veel verwacht. De Commissie Corporate Governance heeft in haar rapport uit 1997 gepleit voor de invoering van een systeem van proxy solicitation en verwacht dat het een positieve invloed zal hebben op de corporate governance in Nederland.13 Het kabinet heeft zich ook reeds in 1998 voorstander getoond en heeft aangekondigd dat het zou bezien of barrières voor een succesvolle toepassing van het systeem door middel van wetgeving weggenomen dienden te worden.14 Ook de Nederlandse Corporate Governance Code uit 2003 bevat een aanbeveling aan de wetgever om stemmen op afstand te faciliteren en te ondersteunen.15 De algemene verwachting is dat door het verwerven van volmachten de participatie van kapitaalverschaffers zal worden bevorderd. Het aandeelhoudersabsenteïsme zal worden teruggedrongen en de aandeelhoudersvergadering als besluitvormend orgaan zal aan belang winnen. Tot nu toe zijn deze verwachtingen niet waargemaakt. Een systeem zoals dat in de VS bestaat, waarbij aandeelhouders structureel bij volmacht stemmen, bestaat nog niet. Het enige wat enigszins in de buurt komt, is het stemmen op afstand via het Communicatiekanaal. In § 7.3.2 ga ik kort in op de werking van het Communicatiekanaal. In § 7.3.3 geef ik de huidige stand van zaken in Nederland weer, waarna ik in § 7.3.4 in ga op de vraag of proxy contests in Nederland voorkomen.