V-N 2025/52.11
Prejudiciële vragen over toepassing overgang algemeenheid van goederen bij levering verhuurde nieuwe onroerende zaak door projectontwikkelaar
HR 21-11-2025, ECLI:NL:HR:2025:1732, m.nt. Redactie Vakstudie Nieuws
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
21 november 2025
- Magistraten
Van Hilten, Punt, Fierstra, Faase, Peters
- Zaaknummer
22/02347
22/02351
- Noot
Redactie Vakstudie Nieuws
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:BSD36021:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting / Levering van goederen en diensten
Europees belastingrecht / Algemeen
- Brondocumenten
Beroepschrift, Hoge Raad, 21‑11‑2025
ECLI:NL:HR:2025:1732, Uitspraak, Hoge Raad, 21‑11‑2025
ECLI:NL:PHR:2024:524, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 26‑04‑2024
ECLI:NL:PHR:2024:478, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 26‑04‑2024
ECLI:NL:PHR:2024:526, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 26‑04‑2024
- Wetingang
Essentie
De Hoge Raad stelt prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie EU in de zaak van X BV waar aan de orde is of art. 37d Wet OB 1968 van toepassing is bij de levering van een onroerende zaak dan wel een complex onroerende zaken.
Samenvatting
X BV geeft in 2015 een verhuuropdracht af voor de verhuur van 77 appartementen die worden gebouwd in een kantoorpand in bezit van een concernvennootschap. Ook sluit X BV een vastgoedbeheerovereenkomst met een derde. X BV wordt in 2016 eigenaar van het gebouw. In de periode mei tot oktober 2017 ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.