De bezoldiging van bestuurders van beursgenoteerde vennootschappen
Einde inhoudsopgave
De bezoldiging van bestuurders van beursgenoteerde vennootschappen (IVOR nr. 113) 2018/477:477 Transparantie
De bezoldiging van bestuurders van beursgenoteerde vennootschappen (IVOR nr. 113) 2018/477
477 Transparantie
Documentgegevens:
mr. E.C.H.J. Lokin, datum 01-04-2018
- Datum
01-04-2018
- Auteur
mr. E.C.H.J. Lokin
- JCDI
JCDI:ADS371452:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Corporate governance
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Geconcludeerd kan worden dat tot op heden de matigende werking van de openbaarmakingsverplichtingen een illusie is gebleken. Slechts bij bepaalde excessen zorgt de openbaarheid van de toegekende bezoldiging voor een ‘outrage constraint’. De rol van transparantie bij het oplossen van de twee geïdentificeerde kernproblemen is derhalve beperkt. Transparantie kan in die zin alleen een toegevoegde waarde hebben als daardoor een bewustwording optreedt bij de raad van commissarissen, dat de huidige wijze waarop de structuur of de ex ante hoogte van de bezoldiging wordt bepaald, aanpassing verdient. Niet te verwachten valt dat openbaarmakingsverplichtingen op een dusdanige manier kunnen worden ingezet dat afstand zal worden gedaan van de visie op de functie van bezoldiging als prikkel. Wel zie ik een mogelijkheid waarop transparantieverplichtingen in de toekomst kunnen bijdragen aan meer nadruk op het meenemen van de interne beloningsopbouw bij het bepalen van de ex ante hoogte. Een pay ratio-regeling, zoals recent aangenomen in de Verenigde Staten, waarbij aangesloten wordt bij de gerealiseerde bezoldiging van de bestuurder acht ik voor dit doel overigens ongeschikt. Een Nederlandse pay ratio-regeling, die raden van commissarissen aanzet tot het vormgeven van een bezoldigingsideologie die past bij de specifieke onderneming, zou mijns inziens wel de deur kunnen openen naar minder nadruk op externe referentie en een rechtvaardiger bezoldigingsniveau.
De implementatie van de herziene aandeelhoudersrechtenrichtlijn vormt een goede aanleiding voor de Nederlandse wetgever om na te denken over een Nederlandse pay ratio-regeling. Voor 10 juni 2019 dient Nederland een wettelijke bepaling te hebben die ondernemingen verplicht om in het bezoldigingsbeleid toe te lichten, hoe rekening is gehouden met de loon- en arbeidsvoorwaarden van de werknemers van de vennootschap bij de vaststelling van het bezoldigingsbeleid. Om het gesignaleerde marktfalen bij het bepalen van de hoogte van de bezoldiging van bestuurders tegen te gaan, kan bij het implementeren van deze bepaling worden gekozen voor de verplichting om een pay ratio in het bezoldigingsbeleid op te nemen die betrekking heeft op de hoogte van de totale ex ante bezoldiging van de CEO of iedere bestuurder afzonderlijk, afgezet tegen de gemiddelde totale bezoldiging van een representatieve referentiegroep (transparantie vooraf). Het ligt voor de hand om expliciet op te nemen dat de pay ratio een richtlijn is waarvan onder uitzonderlijke omstandigheden gemotiveerd mag worden afgeweken, onder openbaarmaking van de redenen tot afwijking. De pay ratio dient vergezeld te worden van (i) een uitleg over de wijze waarop de aan de pay ratio ten grondslag liggende waarden zijn berekend en (ii) een verklaring waarom deze pay ratio passend wordt geacht voor de desbetreffende onderneming. Iedere materiële wijziging van de waarden die ten grondslag liggen aan de pay ratio zoals opgenomen in het bezoldigingsbeleid, moet uiteraard openbaar worden gemaakt, vergezeld van een uitleg in hoeverre deze wijziging heeft gezorgd voor aanpassing van de pay ratio of de bezoldiging.
Wanneer de wetgever kiest voor een pay ratio in het bezoldigingsbeleid, dan zal deze als leidraad dienen voor een meer intern georiënteerde analyse van de ex ante hoogte van bestuurdersbezoldiging. Op die manier gaat de bezoldiging van bestuurders, in plaats van het zijn van een meer geïsoleerd, abstract getal, onderdeel uitmaken van de bezoldigingsstructuur van de onderneming als geheel. Een pay ratio-regeling kan dan ook tegenwicht bieden aan de (deels ongefundeerde) praktijk van het benchmarken en als intern anker dienen om het haasje-over-effect tegen te gaan. Ook kan een vooraf vastgestelde pay ratio de onderhandelingspositie voor commissarissen versterken. De (potentiële) bestuurder weet bij het aangaan van de onderhandelingen dat een bepaalde pay ratio geldt waaraan de raad van commissarissen zich in beginsel heeft geconformeerd. Slechts in uitzonderlijke gevallen zal worden afgeweken van de pay ratio zoals opgenomen in het bezoldigingsbeleid, op basis van de reële ‘opportunity costs’ van een specifieke bestuurder.
De herziene aandeelhoudersrechtenrichtlijn verplicht Nederland eveneens om een wettelijke bepaling te ontwerpen, op grond waarvan de jaarlijkse verandering in (i) de bezoldiging per bestuurder, (ii) de ontwikkeling van de prestaties van de vennootschap en (iii) de gemiddelde bezoldiging van andere voltijd werknemers dan de bestuurders over ten minste de laatste vijf boekjaren in het remuneratierapport openbaar moet worden gemaakt. Voor deze jaarlijkse verandering zou naar mijn mening aangesloten moeten worden bij de ex ante bezoldigingsniveaus van iedere bestuurder. Daarnaast zou gedacht kunnen worden aan de verplichting om in het remuneratierapport ook de aan deze verandering ten grondslag liggende waarden op te nemen. Een pay ratio dus die gebaseerd is op de ex ante bezoldigingsniveaus van de CEO of iedere bestuurder afzonderlijk, afgezet tegen de gemiddelde totale bezoldiging van een representatieve referentiegroep (transparantie achteraf). Indien deze laatste pay ratio niet gelijk is aan de pay ratio, zoals opgenomen in het bezoldigingsbeleid, dan dient het orgaan dat bevoegd is de individuele bezoldiging van bestuurders vast te stellen, uit te leggen waarom er sprake is van een afwijkende pay ratio.
Een regeling waarbij voor de berekening van de pay ratio wordt aangesloten bij de uiteindelijk gerealiseerde bezoldiging (de ex post bezoldiging), zoals opgenomen in het Verenigd Koninkrijk of in de Verenigde Staten, heeft mijns inziens naast vorengenoemde regelingen voor Nederland geen toegevoegde waarde.
Een krachtige nadruk op de interne beloningsverhoudingen kan ervoor zorgen dat de bestuurder bij het bepalen van de relatieve waarde van zijn bezoldiging eerder geneigd zal zijn om zijn blik intern te richten en hij zich meer verbonden zal voelen met de rest van de onderneming. Juist deze verbondenheid ontbrak de laatste jaren, wat voor veel onvrede binnen ondernemingen heeft geleid. Op deze wijze zou een nieuwe openbaarmakingverplichting een bijdrage kunnen leveren aan een paradigmaverschuiving voor het bepalen van de ex ante hoogte van de bezoldiging van bestuurders.