Startinformatie in het strafproces
Einde inhoudsopgave
Startinformatie in het strafproces 2014/13.3.2.2:13.3.2.2 Binnen het strafvorderlijk kader
Startinformatie in het strafproces 2014/13.3.2.2
13.3.2.2 Binnen het strafvorderlijk kader
Documentgegevens:
mr. dr. S. Brinkhoff, datum 29-09-2014
- Datum
29-09-2014
- Auteur
mr. dr. S. Brinkhoff
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Voorfase
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Uiteindelijk zijn het strafvorderlijke actoren zoals de zaaksofficier die voor de vraag (kunnen) komen te staan op welke wijze de startinformatie en de manier van verkrijging ervan moet worden beoordeeld. In laatste instantie is het de strafrechter die zich moet buigen over de zaak en die kan komen te staan voor de vraag hoe hij de startinformatie moet duiden. Wat moet hij met dwangmiddelen die zijn gebaseerd op lacuneuze startinformatie en hoe ver kan hij gaan bij het gebruik van startinformatie als bewijsmateriaal? Belangrijke voorwaarde voor de mogelijkheid van controle binnen het strafvorderlijke kader is dat altijd in een proces-verbaal wordt opgetekend wat de aanleiding van het strafrechtelijk onderzoek is geweest. Bovendien verdient het sterk de voorkeur dat de politie met het oog op de eventuele strafvorderlijke betrouwbaarheids- en rechtmatigheidstoets de fase voorafgaand aan de start van het opsporingsonderzoek in kaart brengt. Indien nodig kan zo gemakkelijk( er) in de loop van de strafrechtelijke procedure verantwoording worden afgelegd over deze voorfase.
Geconstateerd is dat het Wetboek van Strafvordering geen specifieke regels voor startinformatie kent. De rechter moet steeds de algemene bepalingen over dwangmiddelen en bewijs toepassen. Wat dat in concreto betekent hangt af van de specifieke vorm van startinformatie en in het bijzonder van de rol van eerdere strafvorderlijke autoriteiten, zoals de officier van justitie en de r-c. Het Wetboek van Strafvordering voorziet op een paar plekken wel in bepalingen die het mogelijk (zouden) moeten maken dat de achtergrond van startinformatie wordt getoetst. Als voorbeeld wordt hier op de bepalingen van de Wet Afgeschermde getuigen gewezen. In de loop van dit boek is gebleken dat dergelijke bepalingen tot op heden onvoldoende houvast bieden voor een effectieve betrouwbaarheids- en rechtmatigheidstoets.
13.3.2.2.1 De tactische recherche en de zaaksofficier13.3.2.2.2 De rechter-commissaris13.3.2.2.3 De zittingsrechter