De reikwijdte van medezeggenschap
Einde inhoudsopgave
De reikwijdte van medezeggenschap (MSR nr. 63) 2014/3.7.3:3.7.3 Het Nederlandse kader
De reikwijdte van medezeggenschap (MSR nr. 63) 2014/3.7.3
3.7.3 Het Nederlandse kader
Documentgegevens:
Datum 01-01-2014
- Datum
01-01-2014
- JCDI
JCDI:ADS392012:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Kamerstukken II, 2000-2001, 27469, nr. 3, p. 2.
Rechtbank Leeuwarden 10 december 2008, JAR 2009/33, ROR 2009/19, RAR 2009/34 (Wout van Veen advocaten).
P.H. Burger, L.C.J. Sprengers, ‘Behoud van medezeggenschaps bij overgang van onderneming’ TAP 2009/special 2 p. 7-12. R.M. Beltzer, I. Zaal, ‘Medezeggenschap na overgang van onderneming’, Ondernemingsrecht 2009, 97; N.P.B. Schmeitz, B. Bassyouni, ‘Medezeggenschap na overgang van onderneming’, Arbeid Integraal, 2009-3; R.H. van het Kaar, ‘Voortbestaan van medezeggenschap bij overgang onderneming’, TRA 2010-11.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Art. 6 lid 4 van de Richtlijn is niet in het Nederlandse recht geïmplementeerd. De minister is van oordeel dat Nederland geen maatregelen behoeft te nemen, nu op basis van de WOR de or alle in de onderneming werkzame personen vertegenwoordigt.1 Als uitgangspunt heeft te gelden dat de or en de onderneming een ongedeelde eenheid vormen. Indien de onderneming niet als eenheid blijft bestaan, concluderen de Nederlandse rechters in het algemeen dat de or van de verkrijger ook het overgenomen personeel vertegenwoordigt.2 In de literatuur wordt gesteld dat deze jurisprudentie niet richtlijnconform is.3 Hierna bespreek ik een aantal casusposities.