Generale zekerheidsrechten in rechtshistorisch perspectief
Einde inhoudsopgave
Generale zekerheidsrechten in rechtshistorisch perspectief (O&R nr. 86) 2015/6.3.1:6.3.1 Publiciteit
Generale zekerheidsrechten in rechtshistorisch perspectief (O&R nr. 86) 2015/6.3.1
6.3.1 Publiciteit
Documentgegevens:
mr. V.J.M. van Hoof, datum 01-06-2015
- Datum
01-06-2015
- Auteur
mr. V.J.M. van Hoof
- JCDI
JCDI:ADS415971:1
- Vakgebied(en)
Rechtswetenschap / Rechtsgeschiedenis
Goederenrecht / Zekerheidsrechten
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Art. 16.
Art. 26.
Art. 2.
Besson 1891, p. 96. Omdat er nog geen kadaster was, was dit volgens Besson op dat moment het beste systeem.
Rapport au conseil des cinq-cents, in: Guichard 1810, I, p. 254.
Art. 17 sub 4. Bepaalde auteurs beschouwden dit vereiste als een toepassing van het specialiteitsbeginsel. Zie ook: Laurent 1878 XXX, nr. 525.
Besson 1891, p. 93.
Vgl. Koops 2010, p. 190.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De wet bepaalde dat de akte van overdracht of pandakte moest worden ingeschreven in een register in de plaats waar de onroerende zaak was gelegen.1 De overdracht van een onroerende zaak waarvan de akte van overdracht niet was ingeschreven, kon niet tegen derden worden tegengeworpen.2 Een pandrecht waarvan de pandakte niet was ingeschreven, gaf geen voorrang.3 Niet alleen conventionele pandrechten moesten worden ingeschreven, maar ook wettelijke, zoals het pandrecht van een echtgenote op het vermogen van haar echtgenoot voor de terugbetaling van de bruidsschat. De inschrijving van de pandakten werd gekoppeld aan de naam van de schuldenaar en het register kon op deze manier worden doorzocht.4
De wetgever had gekozen voor de plaats waar de onroerende zaak was gelegen, omdat de woonplaats van de schuldenaar kon veranderen.5 Verder moest de ingeschreven pandakte een aanduiding van de hoogte van de verzekerde vordering bevatten.6 De registers waren openbaar en met deze publiciteit beoogde de wetgever de positie van derde-verkrijgers en latere schuldeisers van een schuldenaar te verbeteren.7 Een derdeverkrijger kon het register inzien en vaststellen of de zaak door de vervreemder was bezwaard met een pandrecht. De verkrijger liep tevens niet het risico van uitwinning door een schuldeiser met een pandrecht waarvan de pandakte niet was ingeschreven. De wetgever kende daarom geen voorrecht van uitwinning toe aan een derde-verkrijger.8 Een later zekerheidsgerechtigde hoefde slechts rekening te houden met de hogere rang van schuldeisers die hun pandrecht eerder hadden ingeschreven. Bovendien kon een latere schuldeiser in het register zien hoe hoog de verzekerde vorderingen van de andere schuldeisers waren.