Prg. 2020/117
Hoge Raad tikt hof Leeuwarden op de vingers. Zodra de WAHV-betrokkene geheel of gedeeltelijk materieel in het gelijk is gesteld, heeft hij recht op een proceskostenvergoeding.
HR 07-04-2020, ECLI:NL:HR:2020:563
- Instantie
Hoge Raad (Strafkamer)
- Datum
7 april 2020
- Magistraten
Mrs. W.A.M. van Schendel, Y. Buruma. M.T. Boerlage
- Zaaknummer
19/03614
- Conclusie
A-G mr. A.E. Harteveld
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS199613:1
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
Bestuursprocesrecht / Administratief beroep
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2020:563, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 07‑04‑2020
ECLI:NL:PHR:2019:1201, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 26‑11‑2019
- Wetingang
Essentie
Bestuursstrafrecht. Accepteert Hoge Raad recente vaste gedragslijn hof Leeuwarden dat in WAHV-zaken alleen ruimte is voor proceskostenvergoeding als (ook) inleidende beschikking wordt vernietigd?
Nee. Proceskostenvergoeding volgt ex art. 13a WAHV als betrokkene geheel of gedeeltelijk (materieel) in gelijk is gesteld, en daarvoor is lot inleidende beschikking niet bepalend.
Samenvatting
De Hoge Raad speelt normaal geen rol in WAHV-zaken, maar de A-G heeft beroep in cassatie in het belang van de wet ingesteld inzake een arrest van het hof Leeuwarden van 1 mei 2019. De A-G stelt aan de orde de recente vaste gedragslijn van het hof ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.