FED 2026/58
Bewijslast bijzondere omstandigheden proceskostenvergoeding.
HR 27-02-2026, ECLI:NL:HR:2026:301, m.nt. mr. dr. R.M.P.G. Niessen-Cobben
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
27 februari 2026
- Magistraten
Mrs. Van Hilten, Punt, Fierstra
- Zaaknummer
24/03743
- Noot
mr. dr. R.M.P.G. Niessen-Cobben
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:BSD108945:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal procesrecht (V)
Fiscaal procesrecht / Proceskostenvergoeding
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2026:301, Uitspraak, Hoge Raad, 27‑02‑2026
- Wetingang
Essentie
Bewijslast bijzondere omstandigheden proceskostenvergoeding.
Samenvatting
Het tegen de uitspraak op bezwaar ingediende beroep wordt gegrond verklaard. Bij de berekening van de proceskostenvergoeding hanteert de Rechtbank een onjuiste waarde per punt. Het hiertegen ingediende hoger beroep wordt gegrond verklaard. Het Hof maakt een eigen afweging ten aanzien van de wegingsfactor, hoewel daartegen niet was opgekomen. Het cassatieberoep richt zich hiertegen.
De Hoge Raad overweegt dat het Hof ten onrechte de wegingsfactor op 0,5 heeft gesteld. In hoger beroep heeft de inspecteur de vaststelling door de Rechtbank van die wegingsfactor op 1 niet betwist. Op dit onderdeel is het cassatieberoep ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.