RCR 2023/22
Uurtarief advocaat. Is een kostenbeding op basis van een uurtarief zonder nadere informatie voldoende transparant ex art. 4 lid 2 Richtlijn 93/13/EEG?
HvJ EU 12-01-2023, ECLI:EU:C:2023:14 (D.V. (Honoraires d’avocat – Principe du tarif horaire))
- Instantie
Hof van Justitie van de Europese Unie
- Datum
12 januari 2023
- Magistraten
C. Lycourgos, L.S. Rossi, J.-C. Bonichot, S. Rodin, O. Spineanu-Matei
- Zaaknummer
C-395/21
- Conclusie
A-G M. Szpunar
- Roepnaam
D.V. (Honoraires d’avocat – Principe du tarif horaire)
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS699239:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht / Europees verbintenissenrecht
Juridische beroepen / Advocaat
- Brondocumenten
ECLI:EU:C:2023:14, Uitspraak, Hof van Justitie van de Europese Unie, 12‑01‑2023
ECLI:EU:C:2022:715, Conclusie, Hof van Justitie van de Europese Unie, 22‑09‑2022
- Wetingang
Art. 4 lid 2 Richtlijn 93/13/EEG
Essentie
Uurtarief advocaat. Oneerlijk beding. Transparantievereiste.
Is een kostenbeding op basis van een uurtarief zonder nadere informatie voldoende transparant ex art. 4 lid 2 Richtlijn 93/13/EEG?
Samenvatting
Een consument sluit met een advocaat in Litouwen overeenkomsten voor juridische dienstverlening. Deze voorzien in een vergoeding voor de advocaat van EUR 100 per uur. De advocaat eist in rechte betaling van onbetaalde facturen. De rechter acht het kostenbeding oneerlijk en halveert de vordering. In cassatie stelt de hoogste Litouwse rechter prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie EU, onder meer of een kostenbeding dat behalve het uurtarief geen nadere ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.